HOE KUNNEN RELATIES BINNEN HET GEZIN ONTWIKKELD WORDEN?

printervriendelijke versie

"Mijn ouders snappen me nooit."

"Mijn moeder zal wel van me houden, maar ik merk er zo weinig van."

"Mijn vader zie ik haast nooit en als ik hem zie praat hij nooit écht met me."

"Omdat mijn ouders zo vaak ruzie hebben, weet ik niet goed hoe mijn houding moet zijn."

"Ik heb nogal eens ruzie met mijn broer. Soms voel ik me er naar onder, maar vóór je het weet, is het weer zover."

Deze uitspraken geven ongeveer weer dat het in de dagelijkse praktijk maar wát moeilijk kan zijn om goed met ouders en andere gezinsleden op te schieten.

Je kunt er ook niet onderuit: ouders en kinderen maken beiden. Om die reden geeft God ons in Zijn Woord veel richtlijnen om aan een goede relatie te kunnen bouwen. We willen nu bij  tien bouwstenen stil staan (waarbij we vooral jongeren op het oog hebben) en ons concentreren op ons aandeel, op onze houding. Uiteindelijk zijn wij daarin tegenover God verantwoordelijk en wij kunnen ons niet verschuilen achter de fouten en beperkingen van onze ouders of van andere mensen. God wil ons helpen allereerst bij onszelf te beginnen.

 

1. Liefde

Liefde is niet alleen een emotie, een gevoel. Het heeft ook met onze wil en ons verstand te maken. Dit komt o.a. tot uiting in Gods gebod om Hem lief te hebben met geheel ons hart, met onze ziel, met ons verstand en met onze kracht. Kortom met onze hele persoonlijkheid. Het betekent dat je in het contact met ouders liefde voor hen concreet wilt uiten. Door die liefde onder woorden te brengen of door hen eens met iets te verrassen. Door behulpzaam te zijn en rekening met hen te houden. Door hen in je leven te betrekken. Door hen lief te hebben met je wil, je verstand en je gevoel.

 

2. Een open en eerlijke houding

Open communicatie, waarbij we over en weer onechtheid als een masker leren afleggen, is niet gemakkelijk omdat het de inzet van beide partijen vraagt. Het gaat om de bereidheid om gedachten en gevoelens uit te wisselen. Je zou communicatie dan ook tweerichtingsverkeer kunnen noemen.

Het betekent dat we naar elkaar willen luisteren, waarbij we ons op de ander instellen en ons in de situatie van de ander verplaatsen met het verlangen de ander te begrijpen, ongeacht het feit of we het in alles met hem of haar eens zijn. Het betekent ook dat we eerlijk en duidelijk onze gedachten en gevoelens uitspreken, waarbij we de waarheid in liefde zeggen zonder de ander aan te vallen of te kwetsen. Het belangrijkste is immers niet wat we zeggen maar hoe we het zeggen, en hoe het bij de ander overkomt. In de praktijk zeggen we gauw teveel of iets te hard en ondoordacht. Daarom lezen we in het boek Spreuken en Jacobus bijvoorbeeld veel over het gebruik van onze tong en het belang ook hierin Gods leiding over ons leven te vragen.

Een praktische vraag om over na te denken: Wat doen wij eraan om beter begrepen te worden? Zeggen we niet té gauw dat we (haast) nooit begrepen worden?

 

3. Aanvaarding van de ander

God aanvaardt ons in Christus zoals we zijn, inclusief onze zwakke eigenschappen. Hij aanvaardt ons zoals we zijn (Romeinen 15:7) en gaat van daaruit met ons aan het werk om ons tot een beelddrager van Hem te maken. Aanvaarden wij onze ouders met hun karaktereigenschappen en achtergrond? En aanvaarden wij de noodzakelijke en voortdurende groei die onze relatie met God én elkaar vraagt? Hebben we daarin geduld en vertrouwen?

 

4. Waardering tonen

Wat onze ouders voor ons doen, moeten we niet vanzelfsprekend gaan vinden. Het betekent veel voor hen als kinderen waardering tonen en laten merken dat ze er oog voor hebben. Waardering bemoedigt en is als een vitaminepil voor de onderlinge relatie. Bedenk eens hoe je een compliment kunt geven en let eens speciaal op de goede en fijne dingen. We concentreren ons zo gauw op de zwakke eigenschappen, waardoor we ondankbaar en mopperig kunnen worden.

 

5. Zorg dat het onderling vertrouwen groeit

Vertrouwen groeit als blijkt dat je te vertrouwen bent! Als ouders op je kunnen rekenen zullen ze je geleidelijk meer toevertrouwen en je meer vrijheid en ruimte geven voor eigen initiatieven. Dit principe komen we ook in de Bijbel tegen. Jezus zei dat als we trouw zijn in het kleine, Hij ons ook meer verantwoordelijkheid kan geven. Verder zegt Hij dat ons `ja' ook `ja' moet zijn (Matteüs 5:37 en 25:12).

 

6. Vergevensgezindheid

Onderlinge vergeving is nodig om een goede relatie te kunnen hebben (Kolossenzen 3:13). Door de vergeving van Christus, waaruit wij mogen leven is ook de onderlinge vergeving mogelijk geworden. Als wij anderen niet kunnen vergeven, belemmert dit onze relatie met God en ons contact met mensen. Bitterheid en een koud hart kunnen daarvan het gevolg zijn.

Een vraag die we onszelf kunnen stellen is: Kunnen wij het initiatief nemen in het vragen van vergeving?

 

7. Bereidheid om van God en elkaar te leren

Willen we van God leren? En willen we van anderen leren, en dus ook van onze ouders? Willen we zelfs van omstandigheden leren? God laat moeilijkheden soms 'meewerken ten goede' waarbij de vrucht van de Geest meer zichtbaar kan worden in ons leven en werk.

8. Gehoorzaamheid

Vóór de zondeval was de mens God-gericht. Na de zondeval werd de mens echter ik-gericht. God gaf in Zijn wijsheid daarom bepaalde gezagsrelaties omdat Hij wist dat de mens van nature geneigd is zijn eigen weg te gaan, los van God en elkaar.

Ook voor het huwelijks- en gezinsleven geeft Hij richtlijnen, omdat God een harmonieuze en geordende samenwerking voor ogen heeft.

Uit Kolossenzen 3:18-21 blijkt bijvoorbeeld dat een man in liefde leiding moet willen geven in samenwerking met zijn vrouw. Maar ook dat ouders zó opvoeden dat leiding als positief ervaren wordt. Als opbouwend en richtinggevend.

Het is goed hierbij aan het voorbeeld van Jezus te denken: Hij werd als de Zoon van God mens, mens in de betekenis zoals God het altijd voor ogen heeft gestaan: zondeloos en volmaakt. Jezus' aardse ouders waren niet volmaakt, alhoewel ze met een volkomen toegewijd hart het beste voor Hem zochten. Ze begrepen Hem vaak niet en hadden weinig zicht op Zijn uiteindelijke opdracht. Denk aan de gebeurtenis in de tempel wanneer Hij lange tijd met de priesters in gesprek is over de betekenis van Gods werk, terwijl Zijn ouders Hem zoeken. Als Maria en Jozef Hem vinden, wijst Jezus hen op Zijn hemelse opdracht, maar gaat daarna gehoorzaam met hen mee. Er staat: "En Hij ging met hen terug (...) en was hun onderdanig"(Lucas 2:40-52). Onderdanigheid is een gerichtheid op elkaar waarbij je de plaats, waarde en verantwoordelijkheid van elkaar wilt aanvaarden.

 

9. Gerichtheid op elkaar

Dit betekent dat we niet alleen van eigen rechten, van eigenbelang en voordeel willen uitgaan, maar willen meewerken aan een goed onderling contact waarbij we elkaar tot ontplooiing willen laten komen en gelukkig willen maken.

Filippenzen 2:3-7 is hierover heel duidelijk: "... een ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder lette ook op dat van anderen. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was ..."

 

10. Meewerken aan de huiselijke sfeer

Dit is mogelijk als we ons concentreren op onze eigen bijdrage. Een zeurpiet, een mopperaar of een koppig zwijgend iemand bevordert de sfeer niet. Zoek naar mogelijkheden om de sfeer goed te laten zijn en bedenk wat jij er aan kunt doen om een open relatie met je ouders te ontwikkelen.

 

Tenslotte:

In het geval je contact met je ouders erg moeilijk is, en je je eenzaam voelt, kan de volgende gedachte je misschien helpen: Naast het wel of niet hebben van contact met je ouders, mag je weten dat je een hemelse Vader hebt. En vooral als je liefhebbende ouders mist is het goed om stil te staan bij de geborgenheid en liefde die de hemelse Vader je wil geven. Hij kent je en heeft in liefde je ontwikkeling voor ogen. Hij wil je leiden en voor je zorgen met de tederheid als die van een moeder. In Jesaja 49:15 staat: "Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet." En in het geval je je door beide ouders verlaten voelt, wil God troosten en wijzen op Zijn eeuwige trouw en nabijheid. In Psalm 27:10 lezen wet: "Al hebben mijn vader en moeder mij verlaten, toch neemt de Here mij aan."

 

Gebed:

Here God, ik wil U speciaal bidden voor mijn ouders en ons gezin. Help mij een goede volgeling van U te zijn in mijn omgang met hen. Dank U wel voor het voorbeeld van Christus, en dat Uw Geest mij nabij is.

 

Gespreksvragen:

1. Bij welke `bouwstenen' ben je vooral bepaald?

2. Welke concrete stappen wil je nemen in relatie tot je ouders?

3. In onze tijd hebben we met veel gescheiden ouders te maken. Hoe moet dán je houding zijn? Hoe kun je elkaar als jongeren (en als gezinnen) dan helpen en tegemoet komen?

 

 


| help | sitemap | home | redactie@groei.org |

Copyright 2001, Blue Jarf bv, Nunspeet

U bent nu hier
levensvraag<
Hoe kunnen relaties binnen het gezin ontwikkeld worden?<


zoek nu


dagboeken
magazine
artikelen
boeken
auteurs