Tussen praten over en het beleven van blijdschap

Drs. Nico van der Voet

Blijdschap en genade  horen bij elkaar

Toen dr A.A.van Ruler - in zijn leven hoogleraar dogmatiek in Utrecht - eens naast een collega door de straten van zijn stad liep, op zondagmorgen, zagen zij enige in het zwart geklede mensen op weg naar hun kerk. De collega van Van Ruler maakte over hun uiterlijk een schampere opmerking. Daarop nam Van Ruler ze in verdediging. "Die mensen lopen wel in het zwart, maar zij hebben een binnenpretje." Met andere woorden: de blijdschap straalt niet van hen af. Ze zijn niet blij gekleed. Hun gezicht staat niet vrolijk. Ze praten niet zo blijmoedig. Maar in hun hart beleven ze  misschien de hoogste vreugde…

Ik heb dit verhaaltje ook maar van horen vertellen en ik hoop dat ik het goed weergeef. Of Van Ruler niet te optimistisch is over het, zoals hij het noemde, 'binnenpretje' van strenge gelovigen, laat ik in het midden. Hij constateert in elk geval iets waarover wij het nu gaan hebben. Er kan een tegenstelling zijn tussen praten over blijdschap en beleven van blijdschap. En, hij had mensen op het oog die er niet uitbundig over kunnen spreken, maar de blijdschap wel beleven.

Buitenpretjes
Het kan natuurlijk ook andersom en dat komt misschien wel vaker voor. Er zijn ook mensen die wel praten over blijdschap. Ze gaan vrolijk gekleed naar de samenkomst van hun gemeente. Ze stralen als ze mooie psalmen of opwekkingsliederen zingen. Hun handen klappen. Ze doen opgeruimd mee met het gesprek op de bijbelkring. En toch zijn ze niet echt blij. Ik herinner me een dichtregel die hier precies op slaat: 'Terwijl ik dans en zing, ziet niemand dat ik huil vanbinnen.' Deze mensen hebben, bij wijze van spreken, alleen maar 'buitenpretjes'. De vreugde zit alleen maar aan de buitenkant. Zodra ze alleen thuis zijn, zakt de blijdschap in. Hun hart is meer gevuld met zorg en spanning dan met de vreugde waarvan ze net nog zongen of waarover ze met instemming hoorden spreken.

U hebt allemaal wel eens een  huisgenoot meegemaakt die uit zijn humeur was. Toen ging de telefoon voor hem. U verbaasde zich er over hoe hij bijna vrolijk stond te praten aan de telefoon. Na het telefoongesprek keerde zijn sombere stemming weer terug. Zo lijken sommige mensen de blijdschap te beleven. Ze zijn teleurgesteld in God of in het leven. Ze  gaan gebukt door zorgen. Dat drukt de stemming. Zodra er echter een prikkel van buiten komt - een gesprek, een kerkdienst, een goed boek, of wat dan ook - worden ze weer meer optimistisch en soms zelfs blij. Dat gaat ze dan meestal niet eens zo moeilijk af. Daarna zakken ze  echter weer terug in hun ernstige stemming.

Dit kan een kenmerk zijn van 'gewone' depressiviteit. Een beetje depressief ingestelde mensen hebben de neiging om zich aan te passen aan hun omgeving. Dat aanpassen gaat vanzelf en is dus geen bewust toneelspel. In een blijde samenkomst zijn ze dan blij en tot hun eigen teleurstelling zakt die blijdschap weer weg als de blijde mensen om hen heen ook weg zijn. Het kan ook met de gewone zorgen en verdrietigheden van het leven te maken hebben. Dan is er vaak wel een element van 'zich groot houden' in. Mensen krikken zich op tot (een beetje) blij doen en gezellig praten. Maar thuis voelen ze weer het concrete gemis van een overleden geliefde of de spanning over de gezondheid die bedreigd wordt of het bedrijf dat niet goed loopt.

Centrum van blijdschap
Is het mogelijk om meer eenheid te brengen tussen praten of zingen over blijdschap en het beleven van blijdschap? Ik denk het wel, maar dan moeten we ons wel concentreren op het centrum van onze blijdschap, de Here Jezus Christus.
Dr. J.P.Versteeg maakt in zijn postuum verschenen boekje 'Eerlijk luisteren naar de Bijbel' (Kampen 1988, blz. 46 vv) ons er op attent dat er in het evangelie van Lucas tweemaal over 'grote blijdschap' gesproken wordt. In het begin van het evangelieverhaal zegt de engel tot de herders: "Weest niet bevreesd, want zie ik verkondig u grote blijdschap" (Lucas 2:10). Aan het einde van het evangelie staat er van de discipelen: "En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God" (Lucas 24:53). Het verschil is dit, zegt Versteeg. Met het kerstfeest wordt de grote blijdschap aangekondigd. Er wordt over grote blijdschap gesproken. Met de hemelvaart is de blijdschap beleving geworden. De herders hoorden van blijdschap. De discipelen beleefden de blijdschap. De blijdschap van horen zeggen is werkelijkheid geworden in de harten van de mensen.

Het evangelie is de blijmakende boodschap. Blijkens het woord van de engel kwam de Here Jezus naar deze wereld om blijdschap te brengen. Blijkens het slot van het evangelie is dat ook echt gelukt. De herders in Lucas 2 beven, de discipelen in Lucas 24 strálen en dat ondanks het feit dat ze afscheid moesten nemen van hun Heiland. Hoe kan dat? Laat ik het zo zeggen: tussen de blijdschap waarover gesproken wordt en de blijdschap die beleefd wordt, zit het hele evangelie. Alles van Lucas 1 tot en met Lucas 24 moest geschieden om de blijdschap echt te maken. De geboorte van Jezus, Zijn omwandeling op aarde, Zijn lijden, Zijn sterven, Zijn opstanding, Zijn verschijning daarna, Zijn hemelvaart. Dat alles moest van God plaatsvinden om van sombere mensen blijde mensen te maken.

Van kerst naar hemelvaart
Hoe wordt blijdschap waarover we praten, blijdschap die we beleven? Ik denk dat we dan als het ware dezelfde weg moeten afleggen als de discipelen. Van kerst naar hemelvaart. Daartussen liggen donkere momenten, maar ook de allerheerlijkste. Ook wij beleven tussen kerst en hemelvaart momenten van vertwijfeling, van de afwezigheid van vreugde.  De discipelen konden op Goede Vrijdag ook niet juichen. Er zijn echter ook die andere momenten, en daarop mag het uitlopen. Je zult maar in geloof amen zeggen op het feit dat Jezus leeft en wij met Hem. Jezus' leven is het houvast van onze blijdschap. Blijdschap heeft dus alles te maken met geloof in Jezus en het navolgen van Hem. Blijdschap is er wanneer we weten dat Jezus bij ons blijft en wij bij Hem mogen horen.
Ze is dan nog geen vanzelfsprekendheid. Het bijbelse woord 'blijdschap' is niet voor niets nauw verwant aan het woord voor 'genade'. Blijdschap is een geschenk van God. Dat is maar goed ook. Als de blijdschap op de akker van ons eigen hart zou moeten groeien, zou er immers maar een mager plantje tevoorschijn komen. Al is blijdschap een gift van God, zij is echter geen misschientje dat je mogelijk ooit eens kunt krijgen. Blijdschap is een zeker geschenk. Zo zeker als het Evangelie is. Zo zeker als de Geest van God die in ons wil wonen.

Dagelijks bidden
Zijn we er dan? Nee, want teleurstellingen en verdriet en depressieve neigingen blijven zolang we op aarde zijn. En toch, terwijl dit alles waar is, mogen we dagelijks bidden om vrede en blijdschap. Waar landt de blijdschap dan als God ons gebed verhoort? In onze harten. Nu ben ik terug bij het begin van dit artikel. God schenkt de blijdschap als een binnenpretje. Dat binnenpretje kan er zelfs zijn terwijl we om welke reden dan ook in het zwart lopen. Ik weet echter niet hoe het u vergaat als u ziet dan een ander een binnenpretje heeft. Ik word in zo'n geval nieuwsgierig. "Wat is er aan de hand? Ik zie dat je een binnenpretje hebt. Toe, vertel eens." Dat zou prachtig zijn, als wij met ons binnenpretje anderen nieuwsgierig zouden maken. Als mensen aan ons vragen: "Waar komt jouw blijdschap vandaan? Ik snap er niets van, want als ik jou was…" Dan mogen we onze mond openen en dan kunnen we spréken van de blijdschap die we beléven.

Bijbelleessuggesties:
Lucas 2:8-20
Lucas 24:50-53


Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Wat bepaalt in uw leven het meest of u al dan niet blij bent? Zorgen; voorspoed; uw karakter; uw geloof?
2. In welke tegenstelling herkent u zich? Bent u blij van binnen, maar straalt het er niet af, of doet u blij van buiten terwijl u van binnen somber bent? Wat zou de oorzaak van het een of het ander kunnen zijn bij u?
3. Vindt u het fijn of niet dat blijdschap een geschenk van God is en niet iets dat wij tot stand kunnen brengen?

Groei 2001-4


Auteur : Drs. Nico van der Voet

Drs. Nico van der Voet is werkzaam docent ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede studentenpastor. Daarnaast schreef hij verschillende boeken. Onlangs verscheen een herziene vierde druk van ‘Altijd vergeven? over schuld en vergeving tussen mensen’. Tevens verscheen een herziene tiende druk van ‘Waarom moet ik altijd helpen, over zelfhandhaving en zelfverloochening’. Boekencentrum – Zoetermeer.


De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org

Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)