
![]() | DE GEMEENTE: PLAATS VOOR HERSTEL Ds. Chris van Andel |
“Ik zit al maanden niet goed in mijn vel. Ik weet ook niet wat er aan de hand is. Maar het is meer dan gewone vermoeidheid. Dit is anders. Het heeft er misschien wel mee te maken dat ik de laatste tijd veel nadenk over mezelf. Juist nu ik een baan gekregen heb met meer verantwoordelijkheid. Ik zou daar blij om moeten zijn, want dat heb ik ook altijd graag gewild, maar nu het zover is ben ik eerder bang dan blij, want ik heb al zo vaak gefaald. Diep in mij is er angst dat het fout gaat. En de mensen om mij heen denken dat er bij mij nooit iets misgaat, niemand die het merkt, maar van binnen? Ik word er zo moe van...”
Zomaar een verhaal van iemand waarin mensen zich herkennen, want hoeveel mensen lopen er niet rond, aan wie je weinig of niets merkt, maar die toch uiterst negatief denken over zichzelf? Ook in de kerk kom je ze tegen en niet in het minst onder jongeren! Mensen die gekwetst zijn, teleurstellingen kregen te incasseren, verwond zijn, beschadigd, misbruikt, geminacht, aan de kant geschoven, genegeerd en ondergewaardeerd.
Het is dan een zegen als je tot de gemeente van Christus behoort, de door God gegeven plek voor herstel: in de relatie tot hem, tot de ander en niet in het minst in de relatie tot jezelf. De gemeente is immers het lichaam van Christus, waarvan de leden naar elkaar omzien en zich niet mooier of beter hoeven voor te doen dan ze zijn. De gemeente is een schuilplaats om bij te komen, een oase om uit te rusten en een plek van herstel.
Opdracht
Toen Jezus op aarde was en vermoeide en gekwetste mensen zag, riep Hij ze toe: “Kom tot Mij, als je vermoeid bent en onder lasten gebukt gaat, Ik zal je rust geven!” (Matteüs 11:28). Mensen die ziek, wanhopig, gebroken (in hun relaties) en uitgeput waren, werden door hem geheeld, opgericht en bemoedigd, zodat ze weer verder konden. Hij is de Heiland die heelt en geneest. Maar hoe moet het nu verder met zijn ‘herstelwerk’ hier op aarde, nu Jezus bij zijn Vader is? Jezus heeft dit aan zijn gemeente toevertrouwd, aan zijn lichaam, aan zijn representatie op aarde. Hij vertrouwde aan de gemeente de boodschap van heil, vergeving en heling toe. Het herstel van mensen, zeker als het gaat om hun relatie met God, de ander en zichzelf.
In sommige christelijke kerken kent men de ‘dienst der genezing’ en is het een uitgesproken onderdeel van het gemeente-zijn. Andere gemeenten zijn voorzichtig op weg gegaan om de dienst van genezing een plaats te geven in de gemeente. Vaak omdat er door gemeenteleden om ziekenzalving of om geestelijke bevrijding gevraagd werd. Of omdat men bij het lezen en onderzoeken van de bijbel op deze dingen stuitte en de vraag opkwam hoe daarmee om te gaan vandaag.
Voorzichtigheid
Voor deze geringe aandacht zijn minstens twee oorzaken aan te wijzen. Allereerst de enorme ontwikkeling die de medische wetenschap heeft doorgemaakt (op fysiek en psychisch vlak) en het proces van secularisatie. Met als gevolg het verlies aan geloof in God en daarmee het verlies van betekenis van de gemeente van Christus. Zo gaat ook menig christen eerder naar de dokter dan naar God, laat staan dat men met zijn/haar hulpvraag bij de gemeente aanklopt. Een andere oorzaak is dat er in het verleden nogal wat ongelukken zijn gebeurd in het kader van de zogenaamde gebedsgenezing: mensen die geen genezing vonden kregen te horen niet genoeg geloof te hebben. Dat heeft de dienst der genezing geen goed gedaan. Maar ook niet allerlei alternatieve, vaak paranormale, genezingsrituelen die op grote schaal voorkomen. Het maakt de dienst der genezing binnen de gemeente bij voorbaat verdacht. En uit vrees haar vingers te branden, begint een gemeente er maar liever helemaal niet aan.
Toch is de gemeente als plek van herstel in veel kerken bepaald niet buiten beeld. Ik denk aan het gebed voor de zieken in de zondagse kerkdienst. Zij voelen zich erdoor bemoedigd, ook als ze een keer een bloemengroet krijgen. Vaak krijgen zij vanuit de gemeente bemoedigende kaarten of meelevende telefoontjes. Er niet alleen voor te staan en de zorg niet alleen te dragen, vermindert het gevoel van eenzaamheid en strijd. Niet minder is het van grote waarde dat zieken en gemeenteleden die het moeilijk hebben, pastorale aandacht krijgen van de predikant, pastoraal werker of oudste/ouderling.
Ik zou voorbeelden kunnen geven van mensen die in eenzaamheid en verdriet er volkomen onderdoor zouden zijn gegaan als ze geen deel hadden uitgemaakt van de gemeente die biddend om hen heen stond, een arm om hun schouder legde en hen met woorden van God troostte en bemoedigde. Maar de dienst der genezing en bevrijding als integraal onderdeel van het hele gemeente-zijn kom je nog niet zo vaak tegen.
Relatie met God
Heling van jezelf en herstel in de relatie met anderen heeft alles te maken met onze relatie met God. Ten diepste worden we pas mensen uit een stuk als de relatie met God goed gekomen is. Ons denken, willen en voelen, en ons diepste innerlijk, zijn door de zonde aangedaan. Paulus schrijft in Romeinen 3:11 dat niemand goed is en God ernstig zoekt, dat we allemaal afgeweken zijn en - net als die jongste zoon uit de gelijkenis - ver van huis. En de schuld? Die ligt bij onszelf. We hebben als mens de relatie met God verbroken, met alle rampzalige gevolgen daarvan. Maar God de Vader heeft het er niet bij laten zitten. Zijn diepste verlangen was de relatie tussen ons en hem te herstellen. Dat mocht hem zelfs zijn Zoon kosten. En Jezus? Vrijwillig verliet Hij de heerlijkheid die Hij bij zijn Vader had. Hij werd mens en kroop als het ware in onze huid, trok zich heel letterlijk onze zonde aan om ermee naar het kruis te gaan. Wat wij niet konden deed Jezus. Hij droeg alle schuld die in de weg stond tot God, onderging daarvoor de straf, kwam zelfs in de angst van de hel terecht, als het maar goed kwam tussen ons en hem. Zoals die vader uit de gelijkenis, die zijn zoon om de hals viel en hem kuste als teken dat het weer goed was. Zo gaf God ons de zoen van de verzoening om ons het kindschap terug te geven. En hij deed het, met alle liefde van zijn hart.
Waar deze centrale boodschap in de gemeente ontbreekt, of waar men er vanuit gaat dat ieder mens in principe al verzoend is met God, wordt niet alleen het hart uit het evangelie gesneden, maar ook aan het herstel van andere relaties dé basis ontnomen. Waar de boodschap van de zoen van God wél verkondigd wordt, en mensen worden aangemoedigd zich uit handen te geven aan de Here Jezus, is relatieherstel mogelijk geworden, ook al kan dit tijd vragen. Soms kunnen traumatische ervaringen een belemmering zijn om tot God te gaan. Zo kan iemand die zich als kind door zijn/haar vader afgewezen voelde en hieraan een negatief vaderbeeld overhield, geneigd zijn dit op God te projecteren en moeite hebben hem als Vader te aanvaarden.Toch is ook in zo’n geval de gemeente de plek voor herstel, want waar kan beter (aan de hand van de bijbel) de weg gegaan worden naar de Zoon, om in Jezus te zien wie deze Vader werkelijk is om in die relatie genezen te worden?
Relatie met mezelf
De relatie met jezelf kan verstoord zijn, je krijgt te horen dat je jezelf eens moet aanpakken en jezelf moet veranderen. Uitdrukkingen die bevestigen dat je ook kunt spreken van een relatie met jezelf. Ook Jezus sprak erover in het gebod je naaste lief te hebben als jezelf (Matteüs 22:39).Vroeger dacht ik dat dit heel dicht bij egoïsme lag, tot ik ontdekte wat Hij bedoelde. Want zijn er niet veel mensen die ronduit een hekel hebben aan zichzelf, zichzelf soms verachten en zelfs haten? We spreken wel van een negatief zelfbeeld. En dan jezelf liefhebben?
Iemand vergeleek het leven met een flat met een aantal verdiepingen. Op de bovenste verdieping kun je nog met elkaar praten over het mooie uitzicht en het weer, maar verdiepingen lager komen de diepere dingen van je leven aan de orde, je relatie of je gezin, je werk en je gezondheid. Maar in de kélder van je leven? Daar ligt je verleden, wat je allemaal bewaard hebt en misschien wel zorgvuldig weggesloten voor iedereen. Toen iemand de vraag kreeg: “Hoe gaat het nu met jou?”, dacht hij aan dit beeld, en zei: “Op welke verdieping wil je uitstappen? In de kelder?” Daar liggen vaak de grote problemen, ook het probleem dat je kunt hebben met jezelf, waar je niet gemakkelijk over praat, maar wat er wel is.
Parel
Soms ligt de oorzaak al in de kinderjaren, soms zelfs voor de geboorte, doordat moeder tijdens haar zwangerschap vreselijke dingen heeft meegemaakt. Het kan het ongeboren kind negatief beïnvloeden. Maar ook kunnen kinderen op jonge leeftijd al zeer ingrijpende dingen hebben meegemaakt, waarvan ze de negatieve invloed blijvend meedragen in hun leven, zich permanent afgewezen en waardeloos voelen. Soms voelen mensen zich niet meer van waarde bij het ouder worden, omdat ze niet meer kunnen wat ze graag zouden willen. Soms veroordelen ze zichzelf.
Om van zo’n negatief zelfbeeld genezen te worden, hebben we de gemeente nodig. Want daar krijg je te horen én ook te ervaren (als het goed is) dat je een parel van grote waarde bent in de handen van God, dat Hij je aanvaardt zoals je bent, je kostbaar vindt en liefheeft. Zou Hij immers anders zijn Zoon, het liefste wat Hij had, voor ons gegeven hebben?
Het is opnieuw de gemeente die in dit proces een cruciale rol kan spelen, alleen al omdat in de gemeente iedereen zijn/haar plekje heeft, niemand zich minderwaardig hoeft te voelen en ieder lid belangrijk en nodig is. Maar ook omdat haar deze boodschap van genezing gegeven is, ook de genezing van mezelf. Daarvoor is wel vergeving van alle zelfbeschuldiging en
zelfvernedering noodzakelijk. Als ik mijn leven en mijn lichaam dat God geschapen en gegeven heeft, onderwaardeer, geringschat en zelfs veroordeel, is dat direct of indirect een aanklacht tegen mijn Schepper! Daarom heb ik ook daarvoor vergeving nodig. En de genezing van mijzelf zal het gevolg zijn.
Jacobus 5
In dit gedeelte wordt gesproken over ziekenzalving. Gaandeweg wordt er in de kerken voor gepleit de ziekenzalving een essentieel onderdeel van het gemeente te laten zijn. Met name het pastoraat.Voor een uitvoerige uitleg ontbreekt mij de ruimte daarom enkele opmerkingen. In de eerste plaats is het mogelijk dat iemand niet alleen innerlijk, maar ook lichamelijk geneest. Dat iemand ‘ongeneeslijk’ ziek is, kan daarom wel de diagnose van de arts zijn, maar de kracht en macht van onze Heelmeester gaan daarbovenuit. Die ruimte zullen we in de christelijke gemeente altijd houden. Daarom mogen we ook bidden om lichamelijk herstel en op verzoek een gemeentelid (na een zorgvuldige pastorale voorbereiding) ook zalven met olie. Bij de zalving mogen we grote verwachting hebben van God, van wat Hij kan en misschien ook wil doen, al zullen we de hoop op genezing niet overspannen. Een zekere relativering is op z’n plaats. Jezus heeft immers niet alle zieken genezen die Hij tegenkwam, en die Hij genezen heeft, zijn allemaal na kortere of langere tijd gestorven. Ook Lazarus die uit de dood werd opgewekt, is opnieuw overleden. Iemand krijgt misschien, zoals koning Hizkia, vijftien jaar extra te leven, maar het houdt hier op aarde een keer op. Genezingen zijn tékenen van Gods Koninkrijk, uitermate belangrijk, maar toch niet meer dan dat. Dat zullen we blijven bedenken.
Het is daarbij opvallend dat ook bij de ziekenzalving de belijdenis van zonden en de vergeving een prominente plaats hebben (Jacobus 5:15.16). Met andere woorden: het herstel zit al in de vergeving, ook al wordt die niet gevolgd door een fysieke genezing. Maar bij een zalving gebeurt altijd wat. “De Here zal hem/haar oprichten,” staat er, waarbij voor het woord ‘oprichten’ in de grondtekst een woord wordt gebruikt dat je ook met ‘opwekken’ kunt vertalen, zoals Jezus uit de dood werd opgewekt. Je wordt weer op je voeten gezet, hersteld, opgericht, zodat je verder kunt, ook al ben je lichamelijk niet genezen. God verandert je in je omstandigheden, zodat je het dragen kunt. Dat is het geheim, ook van de zalving. Daarom verdient de ziekenzalving een plek in de kerk.
Relatie met anderen
Herstel in de relatie met God en in de relatie met mezelf zal zijn uitwerking niet missen in mijn relatie met anderen. Die eerste twee zijn zelfs voorwaarde wil ik met de ander in een open relatie kunnen leven. Staat bijvoorbeeld iets uit het heden of verleden de relatie met mezelf in de weg, dan staat het ook de relatie met de ander in de weg. Weet ik mij niet geliefd door de Here God, dan zal ik onmogelijk van mezelf kunnen houden, maar daarmee ook niet van de ander. Deze drie relaties hangen met andere woorden zeer nauw samen. In de gemeente kan ik dit leren en praktiseren. Voorbeeld: hoe kan ik bidden om vergeving zonder de bereidheid ook anderen te vergeven die mij iets schuldig zijn? Of vergeving te vragen aan iemand die ik, onbedoeld, gekwetst heb of tekortgedaan? Jezus zegt ons zelfs ons te verzoenen met onze broeder of zuster die, misschien wel ten onrechte, iets tegen ons heeft (Matteüs.5:24). Dat vinden wij misschien te ver gaan, maar zo ver gaat Jezus. En wat zou er veel ten goede veranderen in de gemeente als we die opdracht ernstig zouden nemen.
Niet toevallig staan er in het Nieuwe Testament zoveel vermaningen die laten zien hoe de Here God wil dat wij met elkaar in liefde en verbondenheid om zullen gaan, hoe verschillend we onderling ook zijn. Dat is juist het unieke van de gemeente van de Here Jezus: zoveel verschillende mensen toch samen optrekken.
Daarom kunnen we in de gemeente veel voor elkaar betekenen, elkaar bemoedigen, troosten, waarderen en zegenen. En waar we dat doen, zal de gemeente een getuigenis zijn, voor de gemeenteleden zelf, maar ook voor de wereld om haar heen. En is dat ook niet Gods bedoeling?
Bijbelleessuggesties:
Psalm 139; Jesaja 61:1.2; Lucas 5:17-26; Romeinen 12:9-21; Jacobus 5:13-18
Om over na te denken / gesprekssvragen:
· Ben je het ermee eens dat de dienst der genezing een belangrijk onderdeel is of zou moeten zijn van het gemeente-zijn? Waarom wel/niet?
· Kun je er in meekomen dat het opbouwen van een goede relatie met een ander sterk afhankelijk is van de relatie met jezelf?
· Welk cijfer tussen 1 en 10 zou je geven aan jouw gemeente als plaats van herstel? Hoe zou je dat kunnen verbeteren?
Groei 2006-3
U bent nu hier
artikel<
De gemeente: plaats voor herstel<

Heeft u vragen of wilt u reageren op de aangeboden informatie ?
Klik dan hier
![]()
Ds. Chris van Andel heeft 16 jaar de Jeruzalemkerkgemeente in Amsterdam gediend. Hij is inmiddels met emeritaat, maar weet zich ook nu geroepen voor de gemeente in Amsterdam, al is dat in het bredere verband van de kerken in deze stad. Hij houdt zich nog altijd bezig met de opbouw van de gemeente en geeft daarover regelmatig lezingen en cursussen. Van zijn hand is het boekje ‘De aantrekkelijke gemeente’, uitgegeven door de IZB in Amersfoort en momenteel alleen nog te downloaden omdat het is uitverkocht. Er is ook een cursus van, voor info: www.izb.nl