

![]() | HOE MOET IK MET AFWIJZING OMGAAN? IK BEN VERLATEN… |

De emotie van afwijzing kennen we allemaal in meer of mindere mate. Het is een gevoel waarmee we het heel moeilijk kunnen hebben omdat het ons raakt in de diepste kern van ons mens zijn. We worden dan bedreigd in wie we zijn, in onze eigenwaarde en onze unieke betekenis.
In het geval mensen te maken hebben met verlating door een partner, is dit besef extra hevig. Het doortrekt hun hele leven. Ondanks het weten dat God hen aanvaardt als zijn kind, lijden ze onder gekwetste gevoelens, onzekerheid, twijfels, verwarring en (zelf)afwijzing. De moeilijke omstandigheden confronteren hen voortdurend met vragen en onoverzichtelijkheid. Ook de reactie van mensen op hun situatie maakt het moeilijk. Bijvoorbeeld in het alleen opvoeden van de kinderen of in de afwezigheid van mensen bij wie je terecht kunt. Ook in het verband van de kerkelijke gemeente kan eenzaamheid en onbegrip ervaren worden. Iemand zei: “Ik hang er maar wat bij.” Of: “Ik heb het gevoel dat mensen met een boog om mij heen gaan en niet goed raad weten met de situatie.”
Het is juist een oproep om op dit terrein concreter naast elkaar te staan en met elkaar te zoeken naar herstel, genezing en nieuwe wegen. Om hierin met elkaar mee te leven en mee te denken.
Afwijzing – in welke vorm ook – vraagt om erkenning en verwerking. De eenzaamheid ervan is een feit, maar Gods aanvaardende liefde blijft daarin een fundament wat onaantastbaar is. Hij wil nieuwe openingen geven naar de toekomst. Daarbij is het belangrijk om gericht op anderen te blijven, ondanks teleurstelling. Verdriet kan namelijk leiden naar een keuze voor isolement, waarbij we ons afschermen voor anderen en voor nieuwe pijn en teleurstelling. Maar dat zal alleen maar meer eenzaamheid geven. Probeer in openheid belangstelling voor anderen te houden en het goede voor anderen te zoeken.
Om over na te denken:
Wil ik mijn levenssituatie aanvaarden en zoeken naar die stappen die goed zijn met het oog op de toekomst?
Gebed:
Help mij Here God om niet alleen in mijn eigen pijn op te gaan maar ook oog te hebben voor de pijn van anderen.