Ik heb gezien dat God betrouwbaar is

Een interview van Bert Pol met Gien Karssen

Het bewogen leven van Gien Karssen

In het oorlogsjaar 1944 trouwden ze, Aart en  Gien Karssen.  Maar het geluk van het jonge paar was maar van korte duur.

Zes weken nadat ze elkaar het ja-woord hadden gegeven, werd Aart Karssen, die werkzaam was op het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag, door de Duitsers opgepakt. “In feite waren het twee Nederlanders die in opdracht van de Duitsers mijn man op zijn bureau aanspraken en meenamen. Aart dacht nog aanvankelijk dat het twee nieuwe ambtenaren waren die zich bij hem kwamen melden. Maar al snel bleek dat dat niet het geval was. Hij is weggevoerd en nooit meer teruggekomen. Hij was afdelingschef. Mogelijk is hij gezien zijn positie door de Duitsers gearresteerd,” zegt Gien Karssen, vooral bekend door haar boeken en  lezingen in het hele land. Bovendien zat ze in het bestuur van tal van christelijke organisaties, zoals de Internationale Bijbelbond, Wycliff Bijbelvertalers en het Nederlandse Billy Graham-comité.

Concentratiekamp
“Aart is eerst naar Scheveningen gebracht, mogelijk naar het beruchte Oranjehotel. Ik ben daar niet heel zeker van.  Ik heb nog de euvele moed gehad om hem daar een pakje met eten te brengen, maar ik dankte God dat ik er uitgekomen ben, want ze keken me daar aan alsof ik een bom bij me had. Ik heb mijn man daar niet gesproken. Korte tijd later is hij vanuit Scheveningen, samen met enkele andere gevangenen, overgebracht naar het concentratiekamp Vught. Toen brak Dolle Dinsdag aan, zes september  1944, de dag waarop de Duitsers dachten dat de geallieerde troepen een laatste en beslissende aanval zouden inzetten om heel ons land te bevrijden. Op die dag vluchtten een heleboel Duitsers en Nederlandse NSB’ers richting oosten.  Op 17 oktober 1944 is Aart vanuit Vught naar het kamp Oraniënburg gebracht en vandaar naar het vernietigingskamp Neuengamme bij Hamburg. Daar is hij op 18 december 1944 overleden. Maar dat hoorde ik pas in maart 1945. Het officiële bericht van het Rode Kruis kwam in augustus 1945.

God centraal
Gien Karssen, die in de hongerwinter van 1944-45 bij haar ouders in Delfzijl verbleef, leefde ook toen al heel dicht bij God. “Ook mijn man, die maar 30 jaar is geworden, diende de Heer. Toen wij trouwden wisten wij allebei dat God centraal zou staan in ons huwelijk. Nee, ik ben nooit weer hertrouwd. Niet omdat ik zei, nooit meer, maar met mijn man wist ik heel duidelijk dat dit door God was geleid. Zo’n situatie heeft zich nooit meer voorgedaan. Verder werd ik zo gepakt door het werk dat ik daarna mocht doen en de visie daarop, dat ik er volkomen vrede mee had.” De schokkende dood van Aart, “ik heb ook mijn wanhoop en verdriet gekend”,  betekende aanvankelijk wel een aanval op het rotsvaste geloof van Gien Karssen.

“Ik dacht aan Job. De Heer heeft gegeven. Als de Heer wil nemen dan is het zijn wil, maar ik voelde mij van God verlaten. Ik had zo iets van: hoe kan ik God nou vertrouwen? Ik verwachtte op grond van meerdere bijbelteksten dat Aart zou terugkeren. Mijn probleem was dat ik deze zekerheid verwarde met de zekerheid van het geloof. Toen geleidelijk aan bleek dat Aart niet zou terugkomen, kwam ik in een geloofscrisis. Ik weet uit ervaring dat christenen deze verlegenheid vaker delen. Totdat ik zag dat de zekerheid van mijn geloof gefundeerd was op de objectieve waarheden die de bijbel hierover noemt. De ‘zekerheid’ in verband met Aarts terugkeer was gebaseerd op subjectieve grond.
Het belangrijkste in mijn leven is dat ik de Heer dien. Op een dag voelde ik mij helemaal verloren. Ik huil zelden, maar toen heb ik geschreeuwd. Ik denk dat mijn buren het hebben gehoord. Aarts schrijfbureau stond in de huiskamer. Ik liep er op een gegeven moment naartoe en daar lag een kleine zakagenda van hem. Ik sloeg dat open en daar stond over twee blaadjes van linksboven naar rechtsonder geschreven: “Jezus zeide, niemand die de hand aan de ploeg staat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods”  (Lucas 9:62). Dat was voor mij als een bliksemslag. Toen dacht ik: dat is precies wat jij doet. Ik kijk achterom en dus ben ik ongeschikt voor het Koninkrijk van God. Ik voelde me in die tijd ouder dan nu, want ik voelde me als iemand in de tachtig, omdat ik dacht dat ik het  hele leven had gehad. Ik ben nu 84 jaar, maar toen voelde ik me gewoon ouder,” zegt de veelzijdige Gien Karssen, die terloops nog even opmerkt dat het goed is om een goed fundament in je leven te hebben.

Zelfstandige beslissing
In haar Haagse appartement, waar ze nu negen jaar woont, vertelt ze verder: “Ik ben  in een gelovig gezin opgegroeid, maar ik heb ook duidelijk van mijn ouders begrepen dat je een zelfstandige beslissing moet nemen. Toen ik een meisje van twaalf jaar was,  heb ikzelf besloten om Jezus Christus in mijn leven toe te laten. Dat heeft toch bij mij een fundament gelegd, waar ik nooit aan getwijfeld heb.  In een van mijn geliefde psalmen staat: ‘U zag mij al toen ogen mij nog niet konden zien. Elke dag van mijn leven werd toen al in uw boekrol opgeschreven.’ Ik heb altijd sterk het gevoel gehad dat God mijn leven leidde en dat ik er  voor hem wilde zijn. De levensles  om te leren loslaten en in Gods kracht een nieuwe toekomst te beginnen. Ik heb gezien dat God betrouwbaar is en dat Hij mijn leven leidt. Toen Aart er niet meer was, had ik het idee en het gevoel dat mijn leven uitzichtloos was. Het verleden was voor mij prachtig, maar de toekomst leek uitzichtloos.”

Nagenoeg blind
Tussendoor merkt Gien Karssen nog even op: “Het is hier een leuke buurt, het is alsof ik buiten woon.  Het is hier heel rustig. Als ik uit het raam kijk, dan zie je mooie bomen. Er is een gracht waar ‘s zomers de eenden zwemmen en  in de winter, als er ijs ligt, wordt op dit water geschaatst.” Maar deze fraaie taferelen kan Gien Karssen  sinds een paar jaar niet meer waarnemen, want ze kan bijna niets meer zien. Een staar-en laseroperatie aan haar ogen, nu een paar jaar geleden,  is min of meer mislukt, zo laat ze weten.
“Ik heb hele grote ramen. Een poosje geleden kon ik nog de randen van de kozijnen zien, maar dat is nu ook voorbij. Je kunt wel zeggen dat ik nagenoeg blind ben. Zelf boodschappen doen bijvoorbeeld is er niet meer bij. Mijn hulp belt de naburige supermarkt en geeft dan door wat ik moet hebben. Daarna worden de boodschappen thuis bezorgd. Om de andere dag krijg ik een warme maaltijd van een catering voor twee dagen. Dat is allemaal vers. De thuiszorg geeft de lichamelijke verzorging. Ook het oogdruppelen en het geven van mijn medicamenten hoort daarbij. Ik eet aan mijn bureau dat wat hoger is dan de tafel. Van de stoel naar het toilet gaan is voor mij een hele operatie. Maar vaak zeg ik: de Here is aan mijn rechterhand, ik wankel niet. Toen ik in dit huis kwam, kon ik nog normaal zien. Ik kon lopen als een kievit. Een buurman zei toen wel eens: mevrouw u loopt altijd zo vlug. Nou zie je mij schuifelen, want ook mijn evenwicht is in de war. Nu gaat het stapje voor stapje. Dit is echt uit geloof leven.”

Prachtige stem
Gien Karssen mag dan nu visueel gehandicapt zijn, wat gebleven is, is haar prachtige stem die nog immer helder van klank is. Bovendien spreekt ze op een hele mooie toon de Nederlandse taal. En dat is tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend. En velen in den lande en daarbuiten die destijds tijdens haar zeer actieve leven haar lezingen hebben bijgewoond, zullen zich ongetwijfeld nog haar melodieuze stem kunnen herinneren. Maar Gien Karssen is ook bekend van haar vele boeken.  Haar eerste boek, ‘Manninne’ getiteld, mag een bestseller worden genoemd, die over de hele wereld in 43 talen is verschenen, recentelijk nog in het Armeens. “Dit boek is eigenlijk een studie in een aantal hoofdstukken over vrouwen in de bijbel. Later heb ik ook boeken geschreven over vrouwen en mannen, mensen uit de bijbel rondom de geboorte, de dood en de opstanding van Jezus. Maar altijd eindig ik mijn boeken met vragen voor gespreksgroepen. Ik weet dat op een heleboel plaatsen in de wereld  mensen een heel jaar bezig zijn met een boek van mij.”

De Navigators
Voordat Gien Karssen begon met het schrijven van boeken, startte ze kort na de Tweede Wereldoorlog met het werk van de Navigators, een organisatie overgewaaid uit Amerika die zich vooral richt op studenten. Gelukkig voor Gien Karssen heeft ze na veel moeite een klein pensioen gekregen van de Stichting 1940-45 en dat tot op de dag van vandaag. Aanvankelijk deed ze, zoals zezelf zegt, hand- en spandiensten bij verschillende christelijke organisaties. “Daarna heeft God me geleid naar het werk van de Navigators. Ik kon dat werk, met de nadruk op bijbelstudie, gaan doen zonder er voor betaald te worden. Dat was een voorrecht om te doen. In 1948 kwam ik in contact met  Dawson Trotman, de oprichter van de Navigators in de Verenigde Staten. Eigenlijk stamt dit werk uit de Amerikaanse marine. Het grappige was dat deze man teleurgesteld was dat ik geen man was. Want de Navigators was aanvankelijk puur werk onder mannen. Maar Trotman dacht toen meteen: God heeft in de bijbel vaak weduwen ingezet. Ik ben hier begonnen met het vertalen van bijbelcursussen voor de Navigators. In de loop van de jaren zestig kwamen alle facetten van dit werk hier op de kaart.  Behalve studenten kwamen ook scholieren in aanraking met het werk van de Navigators.” In Amerika werd Gien Karssen destijds , ‘The Lydia of Europe’ genoemd, daarmee verwijzend naar Lydia, een purperverkoopster, over wie wordt gerept in de bijbel. Feilloos memoreert ze: “Dit staat in het Nieuwe Testament, in Handelingen 16, waarin wordt gezegd dat Lydia een vrouw was die God vereerde. God gebruikte haar om een deur te openen voor het Evangelie in Europa.”

Toen het werk van de Navigators eenmaal in ons land op gang was gekomen, kwam Billy Graham voor het eerst campagne houden in Nederland. Daarbij werden ook de Navigators betrokken en wel voor de nazorg. De naamsbekendheid van het studentenwerk in Nederland was toen een feit. “Nederland was overigens het eerste officiële land in Europa waar deze organisatie  van start ging.” Met veel verve verrichtte Gien Karssen deze arbeid waar in de jaren zeventig plotseling min of meer een eind aan kwam. “Mijn taken konden toen door anderen worden overgenomen.  Even dacht ik: nu heeft God niks meer voor mij. Maar toen de deur van het Navigator-werk gesloten was, is wel die hele boekenwereld voor mij opengegaan. Op school mocht ik al graag opstellen maken. Ik werd toen gevraagd om voor Aktie, het blad van Youth for Christ, een serie artikelen te schrijven over vrouwen in de bijbel. Een van de voormannen van Youth for Christ in Nederland, Albert Ramaker, had mij dit voorstel gedaan. En omdat ik toch al sterk geïnteresseerd was in personen in de bijbel, ben ik aan deze verhalen voor Aktie begonnen.”

Verder schreef ze enige tijd  voor het dagblad  Trouw over allerlei christelijke conferenties. En dat deed ze niet alleen met genoegen, maar ze kreeg ook lof toegezwaaid van de toenmalige Trouw-redacteur Bert Klei. ‘Mevrouw, bij u veranderen we geen komma’, was zijn commentaar op Giens verhalen. “Dat gaf mij natuurlijk moed.” Hoewel haar energie tanende is, is Gien Karssen nog immer erg enthousiast als ze verhaalt over haar veelzijdig en bewogen leven. Het boek ‘Manninne’ verscheen overigens voor het eerst in het Engels. “De rol van de vrouwen in de bijbel vond en vind ik nog altijd erg boeiend.” Na ‘Manninne’ verschenen o.a. nog de titels ‘Nogmaals Manninne’ , ‘Een vrouw naar Mijn hart’ over Spreuken 31, ‘Een vrouw zegt ja’ en  ‘Jezus de man, die anders was’.
“Een aantal boeken van mij is door Buijten & Schipperheijn en Kok uitgebracht, maar meestal was ik mijn eigen agent. Ik was zo gemotiveerd om de boodschap van deze boeken over te brengen dat ik al mijn connecties in de wereld aanboorde om mijn boeken ook daadwerkelijk op de markt te kunnen brengen.”

Rol van de vrouw
Blijft toch nog de vraag waarom Gien Karssen de rol van de vrouw in de bijbel zo belangrijk acht. “In de allerleerste plaats de interesse van God in de mensen. Dat zie je al in de Hof van Eden, waar God zegt: Adam, waar ben je. En dat tref je in de hele bijbel aan. Jezus zegt bijvoorbeeld in Johannes 3:16: “Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn enig geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”  Je kunt een prachtige preek over het gebed horen, maar het is moeilijker om het vast te houden. Maar als je het gebed koppelt aan Hanna, de moeder van Samuel, dan onthouden de mensen in de eerste plaats Hanna, maar ook de rest. Eva bijvoorbeeld, die duizenden jaren geleden geleefd heeft, maar nog altijd bekend is, want duizend jaar is een dag voor God. Als je de levens van al die vrouwen, en zij niet alleen maar ook de mannen, in de bijbel gaat bestuderen, dan zie je dat ze allemaal dezelfde moeilijkheden en verlangens hebben als de huidige generatie. Je ziet de veelkleurigheid van de mens. Mijn eerste boek ‘Manninne’ verscheen in de beginjaren zeventig. Men zegt: een goed boek loopt tien jaar. Maar dit boek is ook nu, na dertig jaar, niet in de vergetelheid terechtgekomen.  Dat ik heb geschreven over vrouwen in de bijbel, denk ook bijvoorbeeld aan Maria, aan de voeten van de Heer, en Esther, die het van gewoon meisje tot koningin bracht, heeft ook te maken met het feit dat ikzelf vrouw ben. Achteraf kan ik pas zeggen dat het Gods leiding was. Ik heb gezien door mijn studies dat God en de bijbel veel meer mogelijkheden aan de vrouw bieden dan de kerk en de maatschappij geleerd heeft. Jezus wandelde in zijn tijd door het land; in zijn gevolg waren ook drie of vier vrouwen. Andere bekende of vooraanstaande mannen in die tijd moesten daar niets van hebben. Jezus daarentegen ging naar de vrouwen toe en ging met hen in discussie. Van twee vrouwen in de bijbel, Martha en Maria, wordt gezegd dat Jezus vriendschappelijk met hen omging en dat Jezus hen liefhad.”

Dorkas
Gien Karssen vindt het heel moeilijk om te zeggen welke vrouwen er in de bijbel voor haar uitspringen. Een vraag die haar wel vaker wordt voorgelegd.  Maar goed, ze geeft toch een antwoord. “Iemand die me erg aanspreekt is Dorkas. Ze was een onopvallende vrouw, maar omdat ze arme vrouwen en weduwen sociaal bijstond, kwamen anderen weer tot geloof.  Maar al die vrouwen in de bijbel zijn boeiend, ze waren ook zo verschillend. De scharnier waarop hun leven draaide, was hun geloof in God. Als dat het uitgangspunt was, was het leven rijk. Maar anderen die kansen hadden, benutten die kansen niet. Een uitgever in India schreef me dat het boek ‘Manninne’ zo bemoedigend was voor de vrouwen in het land, omdat die vrouwen zo bescheiden leven. Altijd het gevoel hadden dat ze niks konden presteren vergeleken met hun man. Door dit boek gingen ze zien dat God ook aan deze vrouwen mogelijkheden gaf.”
Het gesprek met de veelzijdige Gien Karssen loopt ten einde. En ze wil nog iets kwijt. “Je moet leren om je leven toch te zien in het licht van de eeuwigheid.  Ik heb altijd gewild: God eerst. Ik merk nu achteraf, en daar ben ik ook blij om, dat het goede fundament gelegd is, want dan zijn de volgende keuzes makkelijker. Eigenlijk is het steeds loslaten. Dat is ontzettend pijnlijk en verdrietig, maar sta steeds open voor iets nieuws. Achteraf ben je dan verbaasd dat het zo geleid is. Prediker heeft het er over dat alles onder de hemel een bestemde tijd heeft. Wat dat betreft zijn mijn  boeken net in de goede tijd gevallen.” 

Groei 2005-1


Auteur : Bert Pol


De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org

Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)