![]() | Liefde geeft niet opDrs. Philip Troost |
Betekent de uitspraak ‘De liefde bedekt alles’ zoiets als: zand erover? Zo zou je het kunnen lezen: liefde is niet blij met de ongerechtigheid, ze ziet dat niet graag, dús: ‘zand erover’. Dat is dus eigenlijk: liefde is blind. Het lijkt ook nog een heel christelijke houding: alles wat niet deugt bedekken met de mantel der liefde.
Ik zal je zeggen hoe dat bij mij werkt, of liever: niet werkt. Iemand doet mij onrecht, kwetst mij, en ik voel de kwaadheid in me naar boven komen. Maar dan corrigeer ik mezelf. Dan denk ik aan dat woord van Jezus: heb je vijanden lief. Vergeeft elkaar, gelijk uw hemelse Vader u vergeven heeft. En dan haal ik vervolgens die bekende mantel uit de kast, en probeer met grote emotionele krachtsinspanning die gemene streek of die krenkende woorden die mij zo pijn deden, onder die mantel der liefde weg te stoppen. En het lukt soms ook nog... nou ja, een poosje dan. En het lijkt net - dat maak ik mezelf dan tenminste wijs - of ik zo die ander liefheb, hoewel het wel een beetje een kille liefde is. Wat geforceerd. Maar dan opeens, op een onbewaakt ogenblik, springt het als een duveltje uit een doosje weer tevoorschijn: de pijn, de wrok, de woede. En dan ben ik van slag. Dan loop ik vol zelfverwijt en met het gevoel opnieuw te hebben gefaald. Ik moest het toch bedekken met liefde? Ik moet... ik kan het niet... ik stik er zowat in.
Overdakken
Zegt Paulus dat nu echt? Moet dit nu echt? Als je eens precies kijkt naar wat het Griekse woord betekent, dan zie je dat Paulus met dat woord bedekken in ieder geval niet wegmoffelen, verdringen en onzichtbaar maken bedoelt. In het Griekse woord zit het woord ‘dak’. Een dak op een huis. Liefde over-dakt, over-dekt, overkoepelt. Liefde blijft alles overspannen. Het gaat Paulus met dit woord om het uithoudingsvermogen van de liefde en dat is heel iets anders dan dat de liefde blind zou zijn. Liefde is juist helderziend. Liefde ziet het onrecht juist heel scherp, alleen: dat is voor de liefde nog geen reden om er dan maar mee te stoppen. Ze gaat dwars door en over alles heen. Heel iets anders dus dan: zand erover.
Het geeft me een gevoel van opluchting. Paulus vraagt niet of ik ter wille van de liefde oneerlijk word tegenover mijn gevoel. Als iets of iemand me kwetst, mag ik niet doen alsof het me niet raakt. Ik mag voelen wat ik voel. En hoe eerlijker ik ben ten aanzien van wat ik voel, des te spannender en des te indringender wordt de uitdaging van dit woord van Paulus: de liefde bedekt alles. Als ik me werkelijk gekwetst, afgewezen en benadeeld voel, hoe houd ik het dan uit met die ander? Hoe houd ik het dan vol hem of haar te blijven liefhebben?
Dan moet je goed kijken naar de sfeer die je vanuit 1 Corinthiërs 13 tegemoet komt. Wat voor soort hoofdstuk is het eigenlijk? Duidelijk niet een gedeelte uit de wetgeving. Het is een ode op de liefde. Paulus geeft hier niet een aantal voorschriften die we met de tanden op elkaar moeten proberen na te komen. Liefde met de tanden op elkaar, dat lijkt me wat lastig. Nee, het is het nieuwtestamentische Hooglied op de liefde en daarmee een lofzang op Jezus Christus, in wie de liefde van God is geopenbaard. Hij die kwam, niet om onze ongerechtigheden te verdonkeremanen, weg te moffelen, onder het zand te stoppen, maar op zich te nemen. Om te bukken onder de loodzware last van al onze zonden. Als geen ander zag Hij al het gemene, het liefdeloze. Niemand werd daar zó door gekwetst en gewond als Hij. Maar zijn liefde bleef dóórgaan met liefhebben, Zijn liefde overspande, overdekte alles.
Halsstarrig
Die liefde van Jezus is nu het geheim voor het uithoudingsvermogen van de liefde binnen de christelijke gemeente. Hoe houd ik het uit met die ander bij wie ik zoveel voel aan wrok, woede, verwijt? Alleen door te zien hoe Gods liefde in Christus die ander overspant. Dat staat er ook in één adem in 1 Corinthiërs 13:7 bij. De liefde: alles bedekt zij, alles gelooft zij. Geloven, dat is vertrouwen geven. Het woord geloof is in de bijbel altijd gericht op God, maar hier lijkt wel te staan dat je geloof moet hebben in die ander die jou juist onrecht aandeed. Het is inderdaad Paulus’ bedoeling die twee hier bij elkaar te brengen. Wat een ander je ook heeft geflikt - om het even op z’n Hollands te zeggen - de liefde blijft toch halsstarrig naar die ander kijken vanuit het geloof dat Gods liefde ook dit onrecht overspant. En dat je daarom die ander toch opnieuw het vertrouwen geeft, in die ander blijft geloven, niet omdat je zo’n hoge pet op hebt van hem of haar, maar omdat je zo’n hoge pet op hebt van God, bij wie alle dingen mogelijk zijn. God, die harten neigt als waterbeken. Die de boosheid kan beteugelen en het dode levend maakt. Wiens liefde uitgaat naar die ander, de liefde die blijft proberen een voet tussen de deur te krijgen van zijn of haar hart.
Daarom houd je de toekomst met die ander ook open. Je haakt niet af, je distantieert je niet van die ander, maar blijft verwachtingsvol met die ander optrekken: alles hoopt zij. Die ander is voor jou nooit voor de rest van z’n leven afgeschreven. Je pint de ander niet vast op het moment van nu, je tekent hem niet voor de rest van zijn leven, maar je blijft die ander zoeken vanuit de hoop dat Gods liefde, misschien wel door jou heen, in het leven van die ander wonderen kan doen.
Ik denk dat wij vaak veel te gauw ophouden in een ander te geloven, een ander vertrouwen te geven. Iemand hoeft maar één of twee keer ons tegen het zere been te hebben getrapt, of wij zeggen onuitgesproken ons vertrouwen in hem of haar op. Wat zou het anders zijn als we meer oog ervoor hadden dat God werkelijk mensen veranderen kan, en dat we vanuit die verwachting liefde gaan investeren in juist die ander die ons onrecht aandeed.
Aantrekken
Dit brengt me bij een paar verzen uit Colossenzen 3. “Doet dan aan...” en dan volgen die woorden: innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld (vers 12). Precies die karaktertrekken die passen bij dat klimaat van verdraagzaamheid. “Doet dan aan...”, zoals je een kledingstuk aantrekt, en denk dan maar aan die lange hemden en rokken waarmee ze in die tijd liepen. Geen passende maatkleding, taillemaat zus en lengtemaat zo, maar grote lange doeken, die je om je heen sloeg, en die door een riem of een koord om je middel bijeen werden gehouden. Zo moet je die dingen als ontferming, zachtmoedigheid, geduld en dergelijke aantrekken. Dat zijn niet maar karaktertrekken die je hebt of niet. Welnee, dat zijn dingen die je moet aantrekken. Daar moet je voor kiezen. Dat is het pak dat Christus je schenkt.
Verdraagzaamheid en vergeving
Dan staat daar pal achteraan: “Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar, indien de een tegen de ander een grief heeft.” Verdraagzaamheid en vergeving zijn - zeg maar - de schering en inslag van het pak dat je moet aantrekken: de lengte- en de breedtedraden in het weefsel van de christelijke kleding. Verdragen en vergeven: de meest wezenlijke dingen in het leven van een christen.
De riem, de gordel die de boel bij elkaar houdt, is de liefde. “Doet bij dit alles de liefde aan, dat is de band der volmaaktheid.” De liefde is het samenbindende, waardoor verdraagzaamheid en vergeving ook werkelijk iets gaan opleveren: volmaaktheid. Dat is niet zoiets als perfectie, maar wel het doel dat God voor ogen staat, de bestemming. Verdraagzaamheid en vergeving moeten niet uit kille plicht worden opgebracht. Dat levert niks op aan klimaatsverbetering in de gemeente, aan gemeenschap en warmte. Je weet wel: die verzoeningen en mooie woorden van vergeving, waarbij de grimmigheid nog op de gezichten is af te lezen. Daar schiet je niks mee op. Vlieg elkaar dan nog liever in de haren, dan ben je tenminste eerlijk. Maar als die geest van vergeving en verdraagzaamheid er echt van harte is, dan en zo komt de gemeente tot zijn doel en bestemming. Dan kan de gemeente werkelijk steeds meer gemeenschap worden.
Uithoudingsvermogen
Dan ben je weer terug bij 1 Corinthiërs 13: uithoudingsvermogen. Je loopt niet zomaar bij elkaar weg. Sterker nog: juist als het moeilijk wordt, krijgt de liefde pas de kans te tonen werkelijk liefde te zijn. Liefde die sterker is dan alle onrecht en pijn die mensen elkaar aandoen. De liefde bedekt alles.
Uithoudingsvermogen - kun je dat leren? Is daar een cursus voor? Nee, geen cursus, maar je kunt het wel leren naarmate je meer onder de indruk komt van Gods uithoudingsvermogen met jou. Die samenhang tussen hoe ik met anderen afreken, en hoe God met mij afrekent, zie je zo ontdekkend in Jezus’ gelijkenis in Mattheüs 18 over de slaaf die zelf werkelijk kapitalen kwijtgescholden kreeg, maar zijn medeslaaf voor een paar piek de bak liet indraaien. En toen liet zijn heer hem roepen: jongen, hoe kan dit nou toch. Had ook jij geen medelijden moeten hebben met hem, zoals ik medelijden had met jou?
Jezus’ liefde
Jezus’ liefde voor zondaren was werkelijk eindeloos. Een liefde die alles bedekt en overspant. Zijn liefde doorgeven, doorleven voor en naar elkaar. Dat is wat anders dan zand erover, en dat betekent ook niet dat onze gevoelens van boosheid altijd in één klap verdampen. Maar die vastbesloten keuze maar één ding te willen - voor die ander belichaming te zijn van Christus liefde, zoals Christus de belichaming was van Gods liefde voor jou - die keuze geeft je de spankracht om met vertrouwen en hoop elkaar eindeloos te blijven vasthouden, ondanks alles. En in die weg mag je zegen verwachten: het is een trouw die God belonen wil. Daar kun je op rekenen.
Bijbelleessuggestie:
Colossenzen 3: 12-17
Om over na te denken / gespreksvraag:
Heeft het gebrek aan uithoudingsvermogen ten opzichte van elkaar vaak niet veel te maken met hoe wijzelf Gods genade en vergeving beleven?
Groei 2004-4
Auteur : Drs. Philip Troost
Drs. Philip Troost (1959) werkt als studentenpastor aan een HBO-instelling, als docent persoonsvorming aan een opleiding Godsdienst Pastoraal werk en als psychotherapeut in een eigen praktijk. In al deze werkzaamheden is hij steeds bezig met de verbinding tussen geloof en ervaring. Ook schreef hij enkele boeken waarin hij steeds de menselijke ervaringswerkelijkheid volwaardig laat meedoen in het contact met God:Open lijnen (6e druk 2007); Christus ontvangen (2006) en Spiritualiteit van ontvankelijkheid (2008).
De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org
Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)