Anderen helpen; hoe?

Cynthia MacDonald

Het aanbieden van hulp is een van de meest gezegende dingen die we kunnen doen. Ik geloof echter dat het meeste van wat we vaak onder helpen verstaan, niet werkelijk helpt. We willen wel meeleven maar weten vaak niet hoe. En helpen is moeilijk omdat we ook fouten maken.

Als onze vrienden hulp nodig hebben, maken we vaak een van de volgende fouten:

We geven advies.
Dit kan onze vrienden het vernederende gevoel geven dat we ze niet in staat achten om zelf een oplossing te bedenken. Het kan ook arrogant overkomen als we suggereren dat wij hun situatie beter kennen dan zijzelf.

We zeggen: “Ik begrijp het.”
Dit kan funest zijn voor mensen die verdriet hebben. Waarschijnlijk kunnen we het niet helemaal begrijpen. Wij hebben nog nooit een situatie meegemaakt die precies hetzelfde is als die van hen. Hun gevoelens en reacties zijn uniek.

We vertellen dat wij ook zoiets hebben meegemaakt.
Plotseling gaat het gesprek over ons en niet meer over hen, waardoor ze zich genegeerd en teleurgesteld voelen.

We sturen ze weg met de belofte: “Ik zal voor je bidden.”
Natuurlijk moeten we bidden, maar daar moeten we het niet bij laten.

We zeggen: “Jezus is het antwoord.”
Of ze weten dat allang en hebben meer nodig dan dat, of ze weten het niet en dan betekent het ook niets voor ze. Jezus is het antwoord, maar het zou kunnen dat Hij ons wil gebruiken om dat antwoord door te geven.
Wat is dan wel een goede manier om een vriend die het moeilijk heeft te helpen?

Zorg dat u beschikbaar bent
Het eerste wat we moeten doen, is ons beschikbaar stellen: we moeten er zijn voor de ander en aandacht tonen. Jezus stelde zichzelf voortdurend beschikbaar voor de mensen - als Hij op reis was, als Hij onderricht gaf en zelfs als Hij zich met zijn discipelen wilde terugtrekken. Toen de discipelen na de kruisiging verdrietig in een bovenzaal zaten, ging Hij naar hen toe en begroette hen met de woorden: “Vrede zij u!” (Johannes 20:19). Hij verscheen aan de mannen die op weg waren naar Emmaüs en liep met hen mee (Lucas 24:13-16).
Jobs vrienden waren beschikbaar. Ze kwamen snel naar hem toe om hem bij te staan in zijn verdriet. Zeven dagen lang leefden ze zwijgend met hem mee, maar na een week lieten ze het afweten. Ze weigerden te geloven dat Job trouw was geweest aan God. In plaats daarvan probeerden ze hem ervan te overtuigen dat hij gezondigd had en droegen oplossingen aan voor zijn probleem. “Zeg God vaarwel en sterf!” raadde Jobs vrouw hem aan (2:9).
Ook wij lopen het gevaar dat we slechte raad geven als we ons beschikbaar stellen, maar onmiddellijk daarna beginnen met het bedenken van een plan van aanpak. We slaan dan een belangrijke fase over.

Luister goed
Het belangrijkste onderdeel van helpen is luisteren. Goed luisteren betekent onder meer dat we respect tonen voor de gevoelens van de ander door de manier waarop we reageren. We kunnen het nog zo goed bedoelen, maar als we onmiddellijk met oplossingen komen aandragen en de woorden van de ander negeren, getuigt dat van een gebrek aan respect.

Geef de strekking weer.
Wanneer we naar iemand luisteren, moeten we allereerst de strekking weergeven van wat hij zegt - we moeten in andere woorden herhalen wat de ander bedoelt. In het begin klinkt dat ons misschien vreemd of onnatuurlijk in de oren, maar meestal letten we daar zelf meer op dan de persoon die we proberen te helpen. Deze vaardigheid heeft twee belangrijke voordelen: (1) we zijn gedwongen om onze aandacht erbij te houden, en (2) de ander weet dat we naar hem of haar geluisterd hebben.
Ook Jezus gaf soms de strekking weer van wat mensen tegen hem zeiden. Toen Natanaël na een kort gesprek verklaarde dat Jezus de Zoon van God was, maakte Jezus hem duidelijk waarop zijn geloof gebaseerd was: “Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, gelooft gij?” (Johannes 1:50).

Verhelder iemands verborgen behoeften.
Bij het weergeven van de strekking van wat de ander zegt, moeten we niet alleen ingaan op de inhoud daarvan, maar ook op de emoties en de behoeften die eraan ten grondslag liggen. Martha zei bezorgd tegen Jezus: “Here, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen” (Lucas 10:40). Voordat Jezus een oplossing bedacht, maakte Hij duidelijk dat de kern van haar probleem veel dieper lag dan de hulp die ze nodig had in het huishouden: “Gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen” (vers 41).
Ook wij kunnen mensen helpen door in te gaan op hun gevoelens en licht te werpen op hun verborgen verlangens. Bij mijn werk als lerares op een openbare middelbare school maak ik soms allerlei vervelende dingen mee. Als ik dat voorheen thuis vertelde, zei mijn man Roy altijd: “Kop op!” of  “Je moet je zegeningen tellen.” Nu zegt hij echter: “Je klinkt teleurgesteld”, “Je moet een moeilijke dag achter de rug hebben”, of “Je hebt een knuffel nodig.” Ik vind zijn nieuwe manier van reageren veel prettiger. Nu heb ik het gevoel dat hij werkelijk naar me luistert - niet alleen naar wat ik zeg, maar ook naar wat ik nodig heb.

We moeten er echter voor oppassen dat we niet te ver gaan bij het analyseren van emoties. We moeten alleen de voor de hand liggende gevoelens noemen: “Dat moet je gekwetst hebben”, of “Je klinkt boos.” We moeten niet zelf gaan interpreteren en bijvoorbeeld suggereren dat iemands gedrag het gevolg is van een jeugdtrauma. Zo’n uitspraak is een slag in de lucht en doet meer kwaad dan goed.

Breng tegenstrijdigheden aan het licht.
Wanneer iemand verwarde of tegenstrijdige gevoelens heeft, is het belangrijk om de strekking van zijn woorden weer te geven. Door te herhalen wat er gezegd is, kunnen we tegenstrijdigheden aan het licht brengen en geven we de ander de kans om daar iets aan te doen. Jezus deed dat toen een vader met zijn bezeten zoon bij hem kwam en zei: “Als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!” (Marcus 9:22). Jezus herhaalde zijn woorden in de vorm van een vraag: “Als gij kunt?” (vers 23) en bracht zijn twijfel aan het licht. Daarna zei Hij: “Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft” (vers 23), waardoor de man de kans kreeg om een duidelijke keus te maken. “De man besloot: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!” (vers 24).

Probeer een oplossing te vinden
Hoe kunnen we onze vrienden nu verder helpen? We hebben pas het recht om onze vrienden te helpen bij het zoeken naar een oplossing als we eerst naar hen geluisterd hebben. We moeten onze vrienden in hun waarde laten en hun de kans geven hun eigen problemen op te lossen. We moeten het als onze belangrijkste taak zien hen te stimuleren zelf een oplossing te zoeken. Door het stellen van vragen kunnen we een bijdrage leveren aan dat proces.

Bespreek de huidige situatie.
Als iemand wil gaan zoeken naar een oplossing voor zijn probleem, moet eerst zijn huidige situatie besproken worden. Soms kan een eenvoudige vraag om informatie een heleboel verklaren. Jezus vroeg aan een bezetene: “Hoe is uw naam?” Het verbazingwekkende antwoord ‘legioen’ was meer dan een interessant gegeven - het was de onthulling van het hele probleem. De man was bezeten door een groot aantal boze geesten. Geen wonder dat hij zulk destructief gedrag vertoonde.

Ga in op de behoefte.
Vervolgens moeten we mensen die verdriet hebben erbij helpen om duidelijk onder woorden te brengen wat hun behoefte is. Jezus vroeg aan de blinde Barthimeüs: “Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?” (Marcus 10:51). Natuurlijk wist Hij dat wel, maar Hij wilde dat Barthimeüs het zelf zou verwoorden. Als iemand kan aangeven wat hij nodig heeft, is hij al een hele stap op weg naar genezing.

Help mee bij het zoeken van alternatieven.
Stimuleer mensen om hun eigen oplossingen te zoeken. Weersta de verleiding om zelf dingen aan te dragen. Laat mensen nadenken over de manier waarop ze in het verleden met problemen zijn omgegaan en hoe ze die toen opgelost hebben. Toen de discipelen zich zorgen maakten omdat er niet genoeg brood was, gebruikte Jezus een aantal vragen om hen eraan te herinneren dat Hij net op een wonderbaarlijke manier een groot aantal mensen te eten had gegeven (Marcus 8:14-21). Ze moesten leren inzien dat Jezus de oplossing van hun probleem was.

Doe een voorstel.
Als een van onze vrienden werkelijk niet weet wat hij moet doen, zouden we - voorzichtig - een voorstel kunnen doen, maar pas op het moment dat we alle voorgaande punten hebben gehad. En we moeten eerst om toestemming vragen: “Zal ik vertellen hoe ik dat probleem heb opgelost?” of “Zal ik vertellen hoe een vriend dat heeft gedaan?” of “Wil je weten wat de bijbel erover zegt?”

Dring aan op een beslissing
Als iemand eenmaal heeft nagedacht over de manier waarop hij of zij in het verleden problemen heeft opgelost en verschillende mogelijkheden overwogen heeft, moet er een beslissing worden genomen.
Jezus hielp de Samaritaanse vrouw bij de bron om zich niet langer te laten beheersen door verdriet en verwerping, maar te handelen in geloof en hoop (Johannes 4:1-26). Ze wist niet goed waar ze God moest aanbidden - op de berg of in Jeruzalem. Jezus begreep dat ze ernaar verlangde om God te leren kennen. Hij herhaalde de twee mogelijkheden die zij had genoemd en wees haar op een derde. Hij zorgde ervoor dat zijn oplossing niet bedreigend overkwam en zei dat ‘waarachtige aanbidders’ ervoor kiezen om God te aanbidden ‘in geest en in waarheid’ (vers 23). Daarna droeg ze zelf een oplossing aan: “Wanneer (de Messias) komt, zal Hij ons alles verkondigen” (vers 25). Ze had besloten om iets te doen - op zoek te gaan naar geloof - zodat ze klaar was voor de openbaring van Jezus: “Ik, die met u spreek, ben het” (vers 26).
Door te blijven fungeren als klankbord, kunnen we onze vrienden zover brengen dat ze hun problemen daadwerkelijk gaan aanpakken. Probeer de ideeën die ze aandragen op een andere manier te formuleren en help ze om aan te geven wat hun behoeften en mogelijkheden zijn. Als ze eenmaal een plan hebben gemaakt, moeten we hen aanmoedigen om het ten uitvoer te brengen.
Jezus spoorde de mensen aan tot daden. Tegen de rijke jongeman, die duidelijk op zoek was naar meer voldoening, zei Hij: “Volg Mij” (Marcus 10:21). Tegen de hoofdman met de zieke knecht zei Hij: “Ga heen, u geschiede naar uw geloof” (Mattheüs 8:13). Tegen de vrouw die betrapt was op overspel: “Ga heen, zondig van nu aan niet meer!” (Johannes 8:11). En tegen zijn discipelen: “Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping” (Marcus 16:15).
Ook wij kunnen mensen aansporen om een plan te maken en dat uit te voeren. Maar we moeten ons er wel van verzekeren dat het Gods plan is - en niet dat van ons.
We kunnen onze vrienden helpen door naar hen te luisteren. Wat een prachtig geschenk om hun aan te bieden!


Bijbelleessuggesties:
Marcus 10:46-52; Lucas 10:38-42; 24:13-16; Johannes 8:1-11.

Om over na te denken / gespreksvraag:
Op welke terreinen was er herkenning en op welke valkuil moet ik vooral alert zijn?

Groei 2004-4


Auteur : Cynthia MacDonald

 


De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org

Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)