![]() | God is in het verborgene aanwezigDrs. Wim Rietkerk |
Ook al is het lot geworpen, God zorgt toch voor uitkomst
Gedachten over het bijbelboek Esther
De geschiedenis van Esther speelt zich af in de tijd van Israëls ballingschap, zo'n duizend jaar na de uittocht uit Egypte. Toen, in dat verre verleden, heeft God zich duidelijk laten zien, maar nu lijkt Hij verdwenen. Het lijkt of Hij Zijn aangezicht verborgen heeft. Waar is Hij? Is Hij er nog wel? Is Hij nog wel relevant? Wie regeert de geschiedenis: God of het noodlot? Ook in het Europa van 2001 klinken deze vragen. Het boek Esther gaat heel direct op deze thematiek in.
Het boek Esther werd geschreven om de oorsprong van het Purimfeest aan te geven dat tot vandaag aan toe door alle Joden gevierd wordt. Het Purimfeest wordt ingesteld aan het eind van het boek, in hoofdstuk 9, op de dag dat de joden zich verweren mogen tegen de brute aanslag van hun vijanden en het allemaal toch nog goed afloopt. Purim is afgeleid van het woord pur, dat 'lot' betekent. In hoofdstuk 3:5-7 wordt verteld dat Haman boos werd, omdat de Jood Mordechai niet voor hem wilde knielen. Daarom wil hij dat alle joden in het Rijk van Ahasveros uitgeroeid zullen worden.
En nu komt het: "In de eerste maand, de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men in bijzijn van Haman het pur, dat is het lot, dat bepaalde wanneer de slachtingen plaatsvonden." Hier wordt een thema aangesneden dat als een rode draad door het boek heen loopt. Op het moment dat Haman, de vijand van God, zijn boze plan uitbroedt, overvalt ons de angst dat puur het lot de afloop zal bepalen. Als God zich verbergt en afwezig lijkt, lijkt het toeval te gaan heersen. Dat mag ons ook heden ten dage aanspreken.
'I do not paint, I hit', zei Karel Appel, de verf op het doek smijtend. Daarmee bedoelt hij dat evenals de hele werkelijkheid ook zijn kunst een toevalstreffer is. Het levensgevoel dat wij dus eigenlijk door het toeval beheerst en gestuurd worden, treedt op zodra de hemel gesloten is. Zodra God verworpen wordt, wordt het lot tot God gemaakt. Echter, het boek Esther toont ons dat het noodlot niet toeslaat. Ook al is het lot geworpen, God zorgt toch voor uitkomst. Er is wel degelijk een dieper plan. God laat ons niet los en laat zijn volk niet alleen, maar brengt uitredding.
Waar is God?
Het hele verhaal van Esther 3-7 voltrekt zich bovendien in de maand Nisan: Iedere jood weet dat dit de maand is waarop het Pesach gevierd wordt. Zo lezen we in hoofdstuk 3:12: "Zo werden dan op de dertiende dag van de eerste maand de schrijvers van de koning ontboden." Op de veertiende wordt het Pesach gevierd, dus vinden deze gebeurtenissen plaats op de dag voor Pesach. Op de dag voor Pasen sluit zich de hemel en lijkt het einde van het volk getekend, lijkt God te zwijgen en het noodlot te heersen. Daarin zit voor ons een verwijzing naar Goede Vrijdag, de drie uur diepe duisternis.
In het boek Esther wordt natuurlijk in eerste instantie een verband gelegd tussen het Purimfeest en het oudtestamentische Pesach. Dat sluit ook aan bij de vragen die bij de joden ongetwijfeld opkomen bij de viering van het Pesach: wij zitten nu in ballingschap, het lijkt wel alsof we weer naar Egypte teruggekeerd zijn. Waar is dan die God die ons door de Rode Zee leidde, die de farao verdelgde en waar is een nieuwe Mozes? Hier wordt subtiel aangeduid dat op de dag voor het Pesach, net als toen, alles ten onder lijkt te gaan, maar dat er in het verborgene een wending plaatsvindt.
De parallellie tussen Esther en Mozes is heel opvallend. Ook bij Mozes begint het aan het hof en wordt het volk met de dood bedreigd, terwijl God zich verhult en het lijkt alsof de nacht zo toeknelt dat alle jongetjes zullen worden gedood. Maar intussen heeft God al een plan klaar. Als Mozes uit de verhulling treedt, gaat God handelen. De lijn van het verhaal van Esther en die van het verhaal van Mozes lijken op elkaar, zoals het Purimfeest gegeven is om aan Israël te zeggen: Denk maar niet dat Pesach voorbij is, God is nog steeds dezelfde. Hij blijft je trouw door de eeuwen heen.
Wie weet?
De geschiedenis van Esther wordt langzaam opgebouwd en ontvouwd. In de hoofdstukken 4 en 5 vindt de wending plaats, in hoofdstuk 7 de ontknoping en in hoofdstuk 9 de gevolgen van de ontknoping. Aan het slot van hoofdstuk 4 voltrekt zich de grote wending op het moment dat Esther de moed vat om uit haar verborgenheid te treden.
Mordechai heeft Esther streng aangesproken: "Beeldt u niet in dat gij alleen van alle joden ontkomen zult, omdat gij in het paleis van de koning zijt. Want als gij in deze tijd blijft zwijgen, dan zal er voor de joden wel van andere zijde redding komen. Maar gij en uws vaders huis zult omkomen." Er staat letterlijk: dan zal er wel 'van een andere makoom' (mokum) redding komen. Een geladen woord, want makoom is de plek waar later de tempel gebouwd zal worden. Een woord dat ook heenwijst naar het diepe vertrouwen van Mordechai dat God er wel degelijk is. Maar dat wordt op verborgen wijze gezegd.
Dus, zegt Mordechai, als u het niet doet, dan zal een ander het wel doen, maar wie weet of u niet juist met het oog op deze tijd de koninklijke waardigheid verkregen hebt? Ineens helpt hij haar om iets van een patroon te zien. Ze zal vaak gedacht hebben: wat is mij nu overkomen? Hier zit ik als weesmeisje gevangen in de harem van de koning, en dan zegt Mordechai opeens: misschien zit er een plan achter. Misschien, want de leiding van God in ons leven is vaak een kwestie van tastend vragen. Zou het zo kunnen zijn? Wij kunnen niet in het boek van God kijken. Vaak zien we pas achteraf dat de stukjes op hun plek vallen.
Vasten
Esther reageert vervolgens op dubbele wijze. Het eerste wat ze zegt is: "Ga heen, vergader al de Joden die zich in Susan bevinden en vast om mijnentwil, eet noch drink drie dagen, zo min 's nachts als des daags. Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten." En het tweede wat ze zegt is: "Dan zal ik naar de koning gaan ondanks het verbod, kom ik om, dan kom ik om." Dan gaat Mordechai heen en handelt overeenkomstig Esther hem geboden heeft en op de derde dag gaat Esther mooi gekleed naar de koning.
Deze drie dagen vallen echter samen met de dagen van het Pesach, de veertiende tot de zeventiende Nisan. Volgens de commentaren vierden de joden in de ballingschap het Pesach echter omgekeerd. Terwijl ze het gewoonlijk met feestelijke maaltijden vierden, vastten ze deze dagen in ballingschap. Dit als een vorm van rouw, om daarmee als het ware te zeggen: God, waar bent U? Esther vraag nu aan de joden om ook te vasten met het oog op haar. Hier zit dus die verankering in van het Purimfeest in het Pesach en de heenwijzing: denk je dat de God van Pesach echt verdwenen is? Nee. Hij is aan het werk en Hij weeft zijn plan.
Moed
Wij kunnen veel van Esthers dubbele handelwijze leren. Aan de ene kant een houding van gebed en vasten. Het is niet zo dat God automatisch redt. Dat gaat aan de andere kant bij Esther gepaard met een moedige en onbaatzuchtige daad, waarbij zij zichzelf op het spel zet en zich totaal overgeeft ten dienste van het bedreigde Godsvolk. Deze belangeloze zelfovergave is uitermate moedig. Daarom blijft zo'n woord van Esther: 'Kom ik om, dan kom ik om' een standaarduitdrukking voor de moed waarmee we ons moeten inzetten voor de zaak van God. Het is heel bijzonder dat dit hier zo mooi verstrengeld is met een houding van afhankelijkheid en gebed tot God.
Voorbeeld
Esther mag voor ons het levende voorbeeld zijn hoe je met een tijd van 'Godverborgenheid' kunt omgaan. Zo verlaat zij zich op God en vraagt daarbij om de hulp van heel haar geloofsgemeenschap. Samen bidden en vasten in een moment van grote druk en dreiging drukt een besef van diepe afhankelijkheid van God uit. Ook zit daar een element van verootmoediging in en van erkenning dat we de afgoden achterna gelopen zijn.
In een tijd als de onze hebben we alle reden om de band met God te intensiveren en de dingen biddend aan Hem voor te leggen. Als het gaat om de grote noden van deze tijd, bijvoorbeeld de geestelijke leegte, of hoe er in de wereld geleden wordt en hoe onze levensstijl grote druk uitoefent op de schepping van God, dan is er veel reden om deze dingen ook steeds weer punt van gebed te maken.
Tegelijkertijd moeten we ook uit onze verborgenheid durven te treden. Ik vind het toch wel heel apart dat Esther opeens open en bloot ervoor uitkomt dat ze jodin is. Daar zit ook een appèl aan ons in opgesloten met het oog op onze samenleving waarin het ook niet populair is om te geloven en te bidden. We moeten ons op het goede moment durven blootgeven, ook als het ons wat kost, ook als het ons misschien alles kost.
Messias
Ten slotte is Esther een fantastisch boek om het Pesach en het nieuwe Paasfeest met elkaar te verbinden. Want eigenlijk is de diepste diepte van Esther toch dat zij hier de gestalte van de Messias aanneemt, Hij die zijn leven geeft voor het volk en die dat wil doen in verbondenheid met zijn discipelen. Hij richt 'de boze Haman' te gronde. Esther was een voorafschaduwing van Zijn komst. Laten wij in haar stijl een 'after-shadow' zijn.
Bijbelleessuggestie:
Bijbelboek Esther
Om over na te denken / Gespreksvragen:
1. Waarom lijkt God soms zo afwezig?
2. Hoe zou u Esthers handelwijze willen omschrijven?
3. Waarin zit de bemoediging en het appèl van het boek Esther?
Bewerking: Drs. Marleen Hengelaar-Rookmaaker
Auteur : Drs. Wim Rietkerk
Drs. Wim Rietkerk (1941) is getrouwd, vader van drie volwassen kinderen en opa van zes kleinkinderen. Sinds 1979 woont hij in Utrecht in een huis van L'abri. Dit is een jongeren woon-, studie- en leefgemeenschap. Het L’abriwerk werd in 1955 door dr. Francis Schaeffer opgerichte en het gaat daarbij om toerusting op het gebied van fundamentele levensvragen.
Wim Rietkerk is raadslid van de ChristenUnie in Utrecht en daarnaast is zijn voornaamste taak het leidinggeven aan het werk van L'abri in Nederland en daarbuiten. Er zijn L'abri-centra in 8 landen.(zie www.labri.com ) Verder is hij internationaal bestuurslid van het European Leadership Forum, dat jaarlijks een internationale conferentie belegt in Sopron in Hongarije. Hier proberen zij om met name Oost Europeanen om te scholen tot christen democraten. Er zijn enkele boeken verschenen van zijn hand onder de titel: Ik wou dat ik kon geloven (Kok – Kampen), In dubio (Novapres – Apeldoorn) De kunst van het loslaten' (Kok – Kampen) en Die ver is, is nabij (Kok – Kampen).
Als God zich verbergt en afwezig lijkt, lijkt het toeval te gaan heersen.
Zodra God verworpen wordt, wordt het lot tot God gemaakt.
De leiding van God in ons leven is vaak een kwestie van voorzichtig en tastend vragen.
Samen bidden en vasten in een moment van grote dreiging drukt een besef uit van diepe afhankelijkheid van God.
We moeten ons op het goede moment durven blootgeven, ook als het ons wat kost, ook als het ons misschien alles kost.
'Estheren'
Het thema van het boek Esther is Gods schijnbare afwezigheid. Deze thematiek wordt heel kunstig door de schrijver van het boek Esther tot uitdrukking gebracht door de naam van God in dit boek in het geheel niet te noemen. Esther is het enige bijbelboek waarin de naam van God onvermeld blijft.
Bovendien is de naam Esther zwanger van betekenis. Esther, Ischtar betekent in het Perzisch letterlijk 'sterretje'. Ashasveros gaf haar deze naam, want haar Hebreeuwse naam was Hadassar. Het is echter heel opvallend dat deze naam door de schrijver in Hebreeuwse letters wordt gevat als alef-s-t-r, wat de vier letters zijn waarmee God in Deuteronomium 31:7 tegen Mozes zegt: "maar als Israël straks andere goden achterna loopt, dan zal Ik ze 'estheren' (dan zal Ik hen verlaten en mijn aangezicht voor hen verbergen)."
Iedere Jood die deze naam leest zal er direct door gepakt worden: Ischtar, sterretje, maar het is natuurlijk: 'zij verbergt haar naam' en daarmee haar eigenlijke identiteit. Mordechai had haar opgedragen nooit te vertellen dat ze een jodin was (hoofdstuk 2). Tevens klinkt voor iedere jood in deze naam Deuteronomium 31 mee: God verbergt zijn aangezicht. Zo proef je hoe alleen al door de naamkeus het hele thema van dit bijbelboek opengelegd wordt.
Het hoofdthema van het boek Esther is verhulling en onthulling. Het is daarbij heel fascinerend hoe in het verhaal van Esther een diepere echo meeklinkt van God die zich verbergt. En: als Esther uit haar verborgenheid treedt, dan doet ook Hij dat. Die twee zijn verweven met elkaar.
De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org
Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)