
![]() | DE BIJBEL OPEN OP DE KINDERCLUB Annette Doggen |
Hoe kun je nu kiezen voor Iemand die je niet kent?
“Je mag kinderen niet indoctrineren,” zeggen sommige mensen. “Het geloof is iets waar je later als je volwassen bent maar voor moet kiezen.” Maar, hoe kun je nu ergens voor kiezen dat je niet kent? Waar je niets van af weet? “Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen” (Romeinen 10:14-15). Bovendien is het nog maar de vraag dat een opvoeding zonder religie, neutraal is.
Dat laatste blijkt in de praktijk niet waar te zijn. Elke opvoeder, elk schoolsysteem, elke samenleving heeft een bepaalde visie, kent normen en waarden en draagt die uit, ook naar de kinderen.
Christenen hebben vanuit de Bijbel de opdracht meegekregen om het evangelie uit te dragen in woord en in daad. Zelfs in het Oude Testament werd hier al over gesproken: “Roep het volk tezamen, mannen, vrouwen, en kinderen, ook de vreemdeling, die in uw steden woont, opdat zij ernaar horen en de Here, uw God, leren vrezen en al de woorden dezer wet naarstig onderhouden, en opdat hun kinderen, die er niet van weten, het horen en de Here, uw God, leren vrezen – al de tijd, dat gij leeft in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen.” (Deuteronomium 31:12-13)
Kinderen uit de wereld
De eerste kinderen die we (moeten) bereiken zijn de kinderen uit de eigen gezinnen, uit de eigen kerk of gemeente. Het is al een enorme taak om kinderen binnen de eigen christelijke kring op te voeden en te begeleiden tot zelfstandige volgelingen van Jezus. Over kinderen uit een gezin met minimaal één gelovige ouder staat in de Bijbel dat ze heilig zijn in de ouder(s) (1Cor.7:14b). Met andere woorden: kinderen van ouders die niet geloven zijn kennelijk niet geheiligd. In die kring ligt er voor veel kerken en gemeenten een geweldig terrein braak. Toch spreekt de Here in Deuteronomium over de vreemdeling, dat wil zeggen: degene die niet van geboorte bij het volk van God hoort, maar wel in zijn steden woont.
Een bijbelclub voor buitenkerkelijke kinderen is niet hetzelfde als een (traditionele) kindernevendienst. Op de club komen kinderen in het algemeen geheel vrijwillig en vaak met weinig of geen christelijke achtergrond. Er is iets dat hun trekt. Het programma van de club moet erop gericht zijn kinderen vertrouwd te maken met een liefdevolle God die ze mogen leren kennen vanuit de Bijbel.
Kinderen leven in een wereld die door de zonde is aangetast. Ze staan bloot aan alle verleidingen die de wereld hun en hun ouders te bieden heeft en ook aan alle machten en krachten die werkzaam zijn in deze wereld. Als christenouders zich al zorgen maken om hun kinderen in deze wereld, hoeveel te meer zouden we ons dan zorgen moeten maken om kinderen die vanuit hun opvoeding weinig of niets over God te weten komen.
Johannes zegt in zijn brieven: “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Joh.2:15-17)
De meeste kinderen om ons heen, in de buurt, op school, weten niet meer dan de dingen die de wereld hun te bieden heeft.
Kinderen in het Koninkrijk
Wie helpt hen het Koninkrijk van God te ontdekken? Zelfs als de Bijbel niet duidelijk spreekt over het bereiken van kinderen met het Evangelie, gaan kinderen Jezus wel ter harte.
Als Zijn hulp ingeroepen wordt omdat het dochtertje van Jaïrus, een overste van de synagoge, op sterven ligt, bedenkt Hij Zich geen moment (Marcus 5:21:43). Maar ook voor een moeder, een vrouw uit Syro-Fenicië, die een zieke dochter heeft, heeft hij aandacht en helpt Hij (Marcus 7:24-30). Jezus maakt hier geen onderscheid tussen een Jood en een vreemdeling. In deze voorbeelden zijn het ouders die hun kind bij Jezus brengen. Bij de kinderzegening (Lucas18:15-17) gaan we er meestal van uit dat hier de ouders hun kinderen bij Jezus brengen. Dat is wel heel waarschijnlijk, toch staat dit er niet. ‘Er werden kinderen gebracht’, misschien door een buurvrouw, een tante of een oma. Dat geeft ons vrijmoedigheid om in hun navolging kinderen bij Jezus te mogen brengen.
Bekering
Sommige mensen menen dat het hoogste doel van een kinderbijbelclub de bekering van kinderen is. Hoewel het fantastisch is als een kind wil kiezen voor Jezus, is het goed om terughoudend te zijn om daar op aan te dringen.
Stel niet te veel eisen of voorwaarden; een kind mag zelf - op zijn eigen kinderlijke manier - tot een keuze komen voor zover hij die kan overzien. Als de kinderleiding erop aandringt dat kinderen ‘hun hartje aan Jezus geven’, bestaat de kans dat zij u niet teleur willen stellen. Ze doen dingen voor de vorm en het kan dan makkelijk bij een soort uiterlijk vertoon blijven. Daarmee kunnen we verhinderen dat een kind Jezus werkelijk leert kennen als een persoonlijke Vriend en Verlosser.
Voor andere kinderen kan het thuis grote problemen opleveren wanneer ze daar zouden vertellen dat ze ‘bekeerd’ zijn. Ze mogen misschien niet langer naar de club. Ook daarmee schieten we ons doel voorbij en verhinderen we hen om bij Jezus te komen en gezegend te worden.
Het mooiste om te zien gebeuren is dat een kind groeit in het geloof, om dat bijvoorbeeld te horen uit zijn of haar gebed. Kinderlijk geloof is kostbaar voor God: “Ziet toe, dat gij niet één dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader, die in de hemelen is.” (Mattheüs 18:10)
We hebben vanuit de Bijbel een duidelijke opdracht: “Leer een kind van jongs af aan de juiste weg te volgen; ook als hij ouder wordt, zal hij er dan niet van afwijken.” (Spreuken 22:6, Groot Nieuws Bijbel) De kinderen die we op onze club hebben (gehad), hebben misschien nooit zichtbaar hun leven aan de Here gegeven. Maar er zijn heel wat volwassenen die na vele jaren van omzwervingen tot bekering komen en kunnen getuigen van het zaad dat in hun jonge leven gezaaid is op een zondagsschool, de kinderbijbelclub of het kinderkamp. Er was altijd iets dat hen herinnerde aan de ontmoeting met Jezus in hun jeugd. Vaak was dit het voorbeeld van een leid(st)er die liet merken dat de grote liefde van Jezus realiteit was in zijn of haar leven.
Wat kunt u doen?
Bent u bewogen met de kinderen in uw buurt? Misschien kunt u een kind mee naar huis nemen tussen de middag, of opvangen na schooltijd. Laat zien wat de sfeer in uw gezin bepaalt. En als u dat heel ver door zou willen trekken, denk dan eens aan pleegzorg.
Een wekelijkse kinderbijbelclub kan tot de mogelijkheden behoren, of een maandelijkse activiteit, of jaarlijks een vakantiebijbelclub, een kinderkamp, of het instuderen en opvoeren van een (kerst)musical.
Iedere kinderwerkorganisatie kan u op weg helpen en heeft materiaal dat voor uw doelgroep geschikt zou kunnen zijn.
In dit alles mogen we onze liefde en vooral onze trouw laten zien. “Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen.” (Spreuken 3:3-4)
De Bijbelbengelclub
De Bijbelbengelsclub (5-12 jaar) in onze gemeente bestaat nu twintig jaar. De club bestaat voornamelijk uit kinderen uit de eigen gemeente die af toe vriendjes meenamen. In de loop der jaren veranderde er veel in de samenstelling van de groep. Er waren magere jaren, waar soms maar vier kinderen per middag de club bezochten (in plaats van zo’n 20 - 25 kinderen). Er waren jaren dat de leeftijd van de groep erg jong was en de oudere kinderen wegbleven en jaren dat er juist veel oudere kinderen kwamen.
Nu komt vijftig tot zeventig procent van de kinderen van buiten. Er komen kinderen uit allerlei culturen, waaronder moslims en Hindoes. Bijna al die kinderen komen uit gebroken gezinnen waar soms de moeders overdag moeten werken om de kost te verdienen.
Sommige kinderen zie je dagelijks, ook ’s avonds, over straat zwerven. Deze kinderen raken er zo aan gewend voor zichzelf te moeten zorgen, voor zichzelf te moeten opkomen, dat ze soms maar moeilijk kunnen wennen aan regels en grenzen op de club. Toch kunnen ze enorm genieten van de sfeer die in de Bijbelbengelsclub wordt gecreëerd. Even weg uit de sfeer van thuis, waar regelmatig grote problemen zijn. Soms durven de kinderen over die problemen te praten, maar vaak houden ze de problemen voor zich.
Op een middag kwamen we een paar meiden van de club tussen de middag op straat tegen. Hun moeder moest werken en ze hadden vergeten de sleutel mee te nemen om thuis een boterham te kunnen eten. Toen ik vroeg of ze niet bij de moeder van een vriendinnetje terechtkonden in de buurt, bleek dat de meesten van hun leeftijdsgenootjes tussen de middag alleen thuis zaten om te eten. Ze wisten niet waar ze naar toe konden gaan. Wat een bof dat ze hun clubjuf tegenkwamen die nog wel een paar boterhammen had.
Deze kinderen zijn het die op hun stoelen staan om te zingen, te springen en te swingen. Ze strijden erom wie er iets mag voorlezen uit de Bijbel. Ze zuigen de bijbelverhalen in zich op als sponzen. Ze willen allemaal gehoord en gezien worden door de leiding en genieten ervan als we bij ze gaan zitten voor een spelletje of om te knutselen. Ze genieten ervan als de leiding hun naam noemt in het gebed.
Alleen de wetenschap dat God hen liefheeft is niet voldoende voor een kind, onze clubkinderen willen merken dat de leiding van ze houdt.
Bijbelleessuggesties:
Mattheüs 18:1-11, Spreuken 3:3-6
Om over na te denken / gespreksvragen:
Lees Lucas 9:13-17. Stel je voor dat Jezus tegen jou zegt over de kinderen: ‘geef gij hun te eten.’
Wat heb je te bieden?
Wat verwacht je van de Heer?
Hoe organiseer je het?
Waaruit bestaat de verzadiging?
Groei 2003-3
U bent nu hier
artikel<
De Bijbel open op de kinderclub<

Heeft u vragen of wilt u reageren op de aangeboden informatie ?
Klik dan hier
![]()
Annette Doggen is twintig jaar werkzaam in het kinderevangelisatiewerk in Rotterdam.
Ze is betrokken bij een kinderbijbelclub, vakantiebijbelclubwerk, kinderkamp en pastoraat.
Daarnaast trekt zij er samen met anderen op uit, binnen de regio, met de Evangelische poppenkast 'Malle Jaggie'.
Voor de Internationale Bijbelbond schrijft en vertaalt ze kinderbijbelclubprogramma's en is ze betrokken bij andere uitgaven voor kinderen.