![]() | Geloven begint met luisterenDs. Piet den Hertog |
'Als de Here God oproept om te horen, is er iets heel bijzonders aan de hand'
"Hoor, Israël: de HERE is onze God, de HERE is één!" Die paar woorden uit Deuteronomium 6 vormen het hart van de joodse geloofsbelijdenis. Tenminste tweemaal per dag, in het morgengebed en in het avondgebed, spreekt de vrome jood die woorden hardop uit. Ook in elke synagoge-dienst klinken deze woorden.
Elke gelovige jood hoopt éénmaal onder het uitspreken van het laatste woord van deze belijdenis, dat is het woord 'één', in het hebreeuws 'echad', de laatste adem uit te blazen. Met de laatste levenskracht wordt op die manier de Naam van de Eeuwige geprezen. Met die belijdenis op de lippen gingen de joden de gaskamers van Auschwitz binnen.
Bekend is ook het verhaal over rabbijn Akiva, die in 135 na Chr. door Romeinse beulen onder folterende pijnen ter dood werd gebracht. Op de vraag van de Romeinse hoofdman, of hij niet gevoelig was voor die pijnen, moet hij als volgt hebben geantwoord: "Heel mijn leven heb ik op dit moment gewacht. Ik heb de HERE steeds liefgehad met al mijn kracht en met mijn hele hart. Maar nu weet ik, dat ik Hem ook liefheb met heel mijn leven." En met het woord 'echad' op de lippen blies hij de laatste adem uit.
"Hoor, Israël: de HERE is onze God, de HERE is één! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat Ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn." (Deuteronomium 6:4-8)
Gebedsriemen
In het leven van de vrome jood neemt het gebed een belangrijke plaats in. Maar voordat hij aan het gebed begint, moet er wel het één en ander gebeuren. Het is niet eenvoudig een zaak van handen vouwen, ogen sluiten en dan gaan bidden. Nee, er zit veel meer aan vast. Eerst moeten de gebedsriemen worden aangelegd. Daarvan zijn er twee. Bij die gebedsriemen horen doosjes. En met behulp van die gebedsriemen worden die doosjes vastgemaakt op de linker bovenarm en op het voorhoofd. In die doosjes zitten rolletjes perkament. Met op dat perkament in het Hebreeuws de tekst van de geloofsbelijdenis en het gebod uit Deuteronomium 6.
"Wat Ik u heden gebied zult gij ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn." Via die gebedsriemen met daaraan verbonden die twee doosjes, zijn gelovige Israëlieten dus ook heel letterlijk aan dat gebod gehoorzaam. En de bedoeling hiervan is om te onderstrepen, dat als de Here God oproept om te horen, er iets heel bijzonders aan de hand is. Om te onderstrepen, dat we dan dus niet te maken hebben met een vrijblijvende oproep. Een oproep, waar je even tussen de bedrijven door naar luistert
Intens luisteren
Als de Here God oproept om te horen, dan vraagt dat onze uiterste concentratie: de hand aan het oor. En dat zo intens, dat je als vanzelf ook ingaat op wat de Here God heeft te zeggen. Omdat je één en al oor bent geworden. Zoals een aanstaande vader tijdens de bevalling van zijn vrouw zo intens en daarom zo precies luistert naar de instructies van de verloskundige, dat hij zelfs in zijn zenuwen geen fouten maakt.
Als de Here God gaat spreken, dan is er alle reden om je adem in te houden. Zoals Samuël vast en zeker de adem heeft ingehouden als hij ten slotte begrijpt, dat niet Eli, maar de Here bezig is om hem te roepen. En als het dan in die nacht voor de vierde keer klinkt: "Samuël, Samuël!", dan is daar die bekende reactie: "Spreek, Here, want uw knecht hoort." Anders gezegd: "Spreek, Here, want uw knecht is één en al oor. Is met alle vezels van zijn bestaan gericht op wat hij gaat horen."
Tot diezelfde gespannen gerichtheid op wat er gaat komen, roept de Here God ook op in Deuteronomium 6, als daar klinkt: "Hoor, Israël!" En natuurlijk heeft die gespannen gerichtheid allereerst te maken met de Here God zelf. Als de Schepper van hemel en aarde in eigen persoon het woord neemt, dan is er toch immers alle aanleiding om met niets anders meer bezig te zijn.
Maar er is nog een tweede reden voor die oproep om één en al oor te worden. Wat God te zeggen heeft, is namelijk zo apart dat als we niet één en al oor worden, als we niet één en al oor blijven, ons leven lang, als we niet voortdurend bezig blijven met die woorden van God, we nooit echt zullen pakken waar het nu eigenlijk om gaat. Wat God te zeggen heeft is dit: "Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht."
Vanuit het Nieuwe Testament horen we hoe Jezus deze woorden bestempelt als het eerste en grote gebod. En het tweede, daaraan gelijk, is: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf!" En Jezus komt dan ook nog tot deze conclusie: "Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten."
God liefhebben
"Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht." Het eerste en het grote gebod. De hoofdzaak van wat de Here God te zeggen heeft in Deuteronomium 6. Een hoofdzaak, die we kunnen dromen, waar we tot en met mee bekend zijn, omdat die woorden al zo vaak op ons zijn afgekomen. Zo vaak, dat we er niet meer warm of koud van worden. Het dringt zelfs niet meer tot ons door hoe apart, ja abnormaal die hoofdzaak eigenlijk is. Want laten we eerlijk zijn: wat verwachten we te horen, als God gaat spreken? Dan verwachten we toch ten diepste allerlei instructies te krijgen over wat we wel mogen en wat niet. Allerlei richtlijnen, allerlei geboden en verboden. Dit zult ge wel en dat zult ge niet.
Maar niets van dat alles. Alleen maar dat ene: "Gij zult liefhebben!" Ja, maar, liefde laat zich toch niet in een gebod vatten? Liefde is toch een gevoel? En aan gevoelens kun je toch geen opdrachten geven? Gevoelens zijn er of zijn er niet. Als je blij bent, dan ben je blij. En als je verdriet hebt, dan ben je verdrietig.
Zo denken wij dat, maar zo liggen de dingen niet in de Bijbel. In de Bijbel is liefde geen gevoel dat niet te sturen is, maar blijkt liefde iets te zijn dat wel degelijk past in de sfeer van een gebod. Dat is alleen maar te begrijpen, als we er oog voor krijgen, dat er een dubbele bodem in het spel is.
"Gij zult liefhebben" is naar de vorm wel een gebod, maar het is niet een gebod waaraan we in eigen kracht moeten gehoorzamen. Het is veelmeer een belofte, die God in ons leven gaat vervullen, daar, waar wij één en al oor worden. Daar, waar wij ons met alle vezels van ons bestaan op God gaan richten, daar gaan we Hem liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel en met heel onze kracht.
Groei
Laten we vanuit dit perspectief ook eens kijken naar onze Heiland. Hij was en is één en al liefde. Zo, dat Hij zijn leven voor ons heeft gegeven op dat vreselijke kruis van Golgotha. Maar liefde zoekt wederliefde. Als liefde niet wordt beantwoord spreken we van ongelukkige liefde. Hoe komen we aan die wederliefde? Door één en al oor te worden in Zijn richting. Dan geven we Hem namelijk de ruimte om Zijn liefde uit te storten in ons hart.
Er zijn kerken, die het merkwaardige onderscheid kennen tussen actieve christenen en passieve christenen. Er zijn gemeentes, waar je als passief geregistreerd staat, als je minder dan honderd gulden per jaar bijdraagt. Administratief zal daar best iets voor te zeggen zijn, maar in de ontmoeting met de Here Jezus Christus is voor passiviteit geen enkele ruimte. Die ontmoeting vraagt iets totaal anders. Die ontmoeting vraagt radicaliteit. Eén en al oor zijn, één en al oor worden om er achter te komen wat Hij ons te zeggen heeft.
En als we dan misschien heel eerlijk onderkennen, dat we wel geloven in Jezus, maar dat we van die allesoverheersende liefde naar Hem toe zo weinig ervaren, dan mag er een goed bericht op ons afkomen: we behoeven ons niet op te werken naar die liefde. Hij gaat die liefde geven, daar waar wij één en al oor worden. We kunnen daar handen en voeten aan geven door elke dag tijd in te ruimen voor bijbellezen en gebed. Door mee te gaan doen met kringwerk. Door geen zondag thuis te blijven uit kerk of samenkomst. Door af te rekenen met elke vorm van vrijblijvendheid en vult u maar aan.
Het is de enige manier om er achter te komen, dat christenzijn totaal iets anders is dan ieder het zijne geven. Christenzijn houdt in dat we gaan groeien in een levende relatie, in een liefdesrelatie met onze Heiland. En dan komt het niet alleen in orde met het grote, het eerste gebod, dan komt het bovendien goed met het tweede gebod. Dan gaan we ook groeien in onze liefde voor de ander. Dan worden vruchten gevormd aan de boom van het 'luisterend geloven'.
Bijbelleessuggesties:
Mattheüs 22:34-40
Johannes 13:34
Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Hoe ervaar ik luisterend geloven?
2. Welke belemmeringen staan luisterend geloven soms in de weg?
3. Groeien in liefde: wat vraagt het?
Groei 2000-2
Auteur : Ds. Piet den Hertog
Ds. P. den Hertog is Hervormd emeritus predikant en woont met zijn vrouw in Harderwijk.
-Als de Here God gaat spreken, dan is er alle reden om je adem in te houden.
-We worden opgeroepen om in de ontmoeting met Jezus één en al oor te worden voor wat Hij ons te zeggen heeft.
-We behoeven ons niet op te werken naar liefde voor God. Hij gaat ons die liefde geven.
-Christenzijn houdt in dat we gaan groeien in een levende relatie, in een liefdesrelatie met onze Heiland.
-In de Bijbel is liefde geen gevoel dat niet te sturen is, maar blijkt liefde iets te zijn dat wel degelijk past in de sfeer van een gebod.
De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org
Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)