![]() | Kerk vaker strijdtoneel dan plein van vredeDrs. Philip Troost |
Niet de lieve vrede, maar de vrede van Christus
Christenen weten over het algemeen heel goed dat ze geroepen worden om vredestichters te zijn. De Bijbel staat vol oproepen om elkaar te verdragen en te vergeven. Om je niet te laten meenemen in die eindeloze spiraal van 'sla jij mij, dan sla ik jou', maar in plaats daarvan de ander in je hart te sluiten met de liefde van God. Toch lijkt ook de christelijke gemeente soms meer op een strijdtoneel dan op een plein van vrede. Hoe komt het dat we vaak zoveel machteloosheid ervaren bij het zoeken van vrede in onze relaties?
Vrede is in de Bijbel onlosmakelijk verbonden met Jezus Christus. Dat er door de Here Jezus Christus vrede is tussen God en mij, dat is het geheim van alles wat daarna nog over vrede tussen mensen te zeggen is. Als ik het moeilijk vind een echte vredestichter te zijn, moet ik terug naar de vraag of ik wel in mijn relaties sta vanuit de vrede die ik in Christus heb met God, of dat er in die relaties andere dingen op de voorgrond zijn komen te staan, die de vrede van Christus naar de achtergrond hebben gedrukt. Als ik mijn roeping om vredestichter te zijn serieus wil nemen, ga ik op zoek naar hoe ik als volgeling van Christus Zijn vrede als een koning kan bevechten, als een profeet kan verkondigen en als een priester kan bedienen.
Als koning vrede bevechten
Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om vrede te brengen maar het zwaard. En dat maakt Hij dan even verschrikkelijk concreet als Hij meteen uitlegt wat Hij met dat zwaard bedoelt: tweedracht tussen mensen van één gezin, vijandschap tussen huisgenoten. Jezus maakt hier duidelijk dat relaties niet altijd koste wat het kost goed gehouden moeten worden. De Bijbel roept ons op tot vrede met alle mensen, tot eerbied voor ouders en liefde voor kinderen, maar het mag op geen enkele manier ten koste gaan van onze trouw en toewijding aan Christus. Het is mijn indruk dat christenen nogal eens denken dat de opdracht tot onderlinge liefde betekent dat ze te allen tijde de lieve vrede moeten bewaren: partners die veel te veel slikken van hun echtgenoot of echtgenote, uit angst voor conflicten of driftbuien, want ruzie is toch niet christelijk? Hoeveel moeders zijn er niet die altijd maar weer optreden als bemiddelaars tussen vader en de kinderen? Of mensen die als kind altijd maar bezig waren vrede te stichten, en daardoor als volwassenen nog steeds niet in staat zijn op een gezonde manier in relaties te staan. Kerkenraden die nogal eens gericht zijn op tactische manoeuvres en strategische compromissen, om maar de rust in de gemeente te bewaren. Maar Jezus zegt: "Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard." De vrede van Christus is heel iets anders dan de lieve vrede.
Voor de vrede van Christus, moet je soms relaties op het spel durven te zetten. Soms is het nodig het risico te nemen je allerliefsten tegen je in het harnas te jagen, omwille van Christus. Wanneer die allerliefste iets van je wil, van je verwacht dat jij vanuit je relatie met Christus niet kunt en mag geven. Wanneer die allerliefste een stoorzender wordt in jouw leven met de Here. Zoals de vrouw van Job ("ach man, zeg God vaarwel") of Davids vrouw Michal. Dames die lachten om hoe hun echtgenoten zich toegewijd wisten aan God. Dan kan een dierbare relatie een geestelijk strijdtoneel worden. Als christen ben je geroepen koninklijk in het leven te staan, dus ook in je relaties. Wil je als een koning de strijd tegen het kwaad aangaan en het voor de belangen van je Heer opnemen, of ontvlucht je die strijd? Ben je gericht op de lieve vrede, of klopt het hart van koning Jezus zo in je dat je het zwaard van de Geest durft te hanteren zelfs in je meest dierbare relaties, met alle risico's van dien? Wie vader en moeder of broer en zus lief heeft boven Mij, is Mij niet waardig, zegt Jezus.
Als profeet vrede verkondigen
Steeds weer horen we de profeten in het Oude Testament spreken over het vrederijk dat komen zal. Wanneer de langverwachte zoon van David als vredevorst op de troon zal zitten, zullen de mensen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Ook in het Nieuwe Testament wordt steeds weer verkondigd dat de vrede die Christus kwam brengen, hét geheim is van de onderlinge vrede tussen mensen. Maar dit geheim moet wel verkondigd worden, wil het te midden van alle leugenachtigheid tot ons doordringen als Gods waarheid over ons leven. Hoe vaak worden onze contacten en relaties niet beheerst door leugen? God zegt: je mag van genade leven, maar mensen hadden je geleerd dat je liefde moet verdienen, en dus werd je nogal perfectionistisch, of kreeg je minderwaardigheidgevoelens omdat je het toch nooit goed genoeg doet. God zegt: je bent kostbaar in mijn ogen, even waardevol als ieder ander mens. Maar sinds al dat gepest vroeger op school, of dat je werd misbruikt, of altijd maar weer negatieve boodschappen kreeg in de sfeer van: jij bent ook zo'n …. of: jij deugt ook nergens voor, sindsdien is die waarheid van God een holle klank geworden. Het zijn zomaar wat voorbeelden. Wat ik zeggen wil is dit: als het beeld dat je van jezelf hebt is aangetast door een leugen die heel subtiel via mensen bij je naar binnen is geslopen, je dan niet gunstig staat voorgesorteerd om vredestichter te zijn. Voor mensen met een beschadigd zelfbeeld zijn anderen al gauw bedreigend en onveilig. Innerlijk schiet je dan gemakkelijk in een verdedigende of aanvallende houding. Vechten dus, wat precies het tegenovergestelde is van vrede stichten.
Paulus roept ons in Efeziërs 4:25 op om in onze relaties de leugen te ontmaskeren met de waarheid. Dat is een profetische taak. En profeten zijn mensen die de waarheid verkondigen, ook al is dat voor henzelf soms lastig en wordt hen dat door anderen vaak niet in dank afgenomen. Gods waarheid breekt ook in op ons zelfbeeld. Niemand wordt met een zelfbeeld geboren. Je bouwt het op vanuit je relaties. Het punt is dat je relatie met God corrigerend gaat inwerken op het zelfbeeld dat je opbouwde vanuit je relaties met mensen. Het gevoel dat je omgeving jou geeft over wie en hoe jij bent, klopt dat met wat God over jou zegt in die vrede van Christus? Naarmate de waarheid van Gods vrede in mijn leven mijn zelfbeeld gaat bepalen, voel ik me minder gauw bedreigd in mijn contacten en relaties. Dat geeft ruimte om het vechten los te laten en meer een vredestichter te worden.
Als priester vrede bedienen
Priesters bedienen de genade van God in hun dienst van verzoening en voorbede. In Hebreeën12 zien we de oproep "Jaagt naar vrede met allen" verbonden worden met de oproep tot deze priesterlijke dienst: "Zie er op toe dat niemand achterop komt in de genade van God." Hoeveel pijn en moeite wij in onze relaties ook ondervinden, we blijven geroepen elkaar te helpen Gods genade te willen en kunnen ontvangen. Want waar de genade niet de toon zet, daar schiet de bitterheid wortel, en dat is als een kwaadaardig virus dat zich snel en hardnekkig verspreidt. De reden waarom ook onder christenen relaties soms zo muurvast kunnen blijven zitten, is dat gevoelens te zeer zijn gekwetst. Het onrecht is te groot, de bitterheid heeft wortelgeschoten. Die ander vergeven lijkt een onmogelijkheid. Maar zolang ik de ander niet vergeef, loop ik weg voor mijn priesterlijke roeping. Nu zie je bij de oudtestamentische priesters dat ze altijd eerst zelf verzoend moesten worden met God, voordat ze voor anderen hun priesterlijke dienst konden vervullen. Dat is ook de volgorde voor ons. Pas als ik mezelf heb laten verzoenen met God, kan ik verzoenend in mijn relaties gaan staan. Bij Christus vind ik rust, geborgenheid, m'n recht, eigenwaarde. Als mensen mij hebben beschadigd, veroordeeld, afgewezen, dan vind ik bij de gekruisigde een schuilplek. Christus wil in mijn pijn komen, in m'n verdriet, in m'n angst of verlatenheid. Bij het kruis vind ik mezelf terug als iemand die bemind wordt, aanvaard, gewaardeerd, beschermd. Dankzij het kruis hoef ik me niet meer te laten leiden door wat die ander tegen me zei of mij heeft aangedaan, want het kruis zegt me: als God voor mij is, wie zal tegen mij zijn?
Het kruis van Christus maakt het onmogelijke mogelijk: dat ik de ander vergeef, zoals mijn hemelse Vader mij vergeven heeft. Nee, ik zeg niet dat het gemakkelijk is, maar wel dat het mogelijk is. Soms is het een lang en pijnlijk proces, als de wonden diep zijn, maar uiteindelijk zit het er toch in, die vergeving, want de vrede van Christus stroomt vanaf het kruis bij mij naar binnen om te gaan 'regeren in mijn hart' (Colossenzen 3:15). Vergeving is niet een gevoel, maar een daad van de wil. Een stap die je in geloof zet, soms dwars tegen je gevoel in. Het kruis brengt me ertoe mijn aandeel in het 'oorlogsgeweld' te belijden. Maar ook het kwaad dat de ander mij aandeed mag ik in priesterlijke voorbede bij het kruis brengen, én loslaten, zodat het niet langer als een macht in mijn leven aanwezig blijft. Door het kruis kan ik opstaan uit mijn slachtofferrol, en als vredestichter weer verantwoording nemen voor de relatie met die ander.
Bijbelleessuggestie:
Om over na te denken / gespreksvragen:
Kies een relatie uit waarin u het moeilijk vindt om vredestichter te zijn. Probeer biddend te bedenken wat in deze relatie:
Groei 2002-4
Auteur : Drs. Philip Troost
Drs. Philip Troost (1959) werkt als studentenpastor aan een HBO-instelling, als docent persoonsvorming aan een opleiding Godsdienst Pastoraal werk en als psychotherapeut in een eigen praktijk. In al deze werkzaamheden is hij steeds bezig met de verbinding tussen geloof en ervaring. Ook schreef hij enkele boeken waarin hij steeds de menselijke ervaringswerkelijkheid volwaardig laat meedoen in het contact met God:Open lijnen (6e druk 2007); Christus ontvangen (2006) en Spiritualiteit van ontvankelijkheid (2008).
De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org
Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)