Gods genade is Zijn krachtcentrale

Drs. Philip Troost

Laatst hoorde ik iemand zeggen: "Veel christenen zijn niet alleen gered door genade, maar er ook door bevroren." Ik herkende het meteen. Die verlamming in je geloofsleven, omdat je er allang achter bent dat al je inspanning om een beter christen te worden alleen maar frustratie oproept. De boodschap van Gods genade grijp je dan aan om maar te berusten in je onmacht. Maar ondertussen voelt je geloof aan als verlamd, bevroren.

Toch klopt er iets niet. Als de Bijbel ons oproept om én van genade te leven én te gehoorzamen, is het toch vreemd dat die twee voor ons gevoel elkaar beconcurreren. Het accent op heiliging lijkt af te doen aan de genade, en de nadruk op genade lijkt de prikkel tot radicaal discipelschap eruit te halen.
Voor Paulus was dit geen dilemma: "De genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen" (1 Corinthiërs 15:10). Terwijl hij gezien zijn achtergrond als fanatieke christenhater van veel verder weg heeft moeten komen dan zijn collega-apostelen, die bovendien Jezus met eigen ogen hadden gezien, heeft hij van alle apostelen het meest kunnen doen voor God. Paulus ging werkelijk totaal voor Jezus. En bij alles wat hem dat heeft gekost - zijn positie, zijn vrijheid, zijn gezondheid, en uiteindelijk zijn leven - was juist die dienst aan zijn Heer de grote vreugde van zijn leven. Het ware discipelschap. 

Geheim
Wat was Paulus' geheim? Hij zegt het er meteen achteraan in 1 Corinthiërs 15: "Alles wat ik doe voor God, dat ben ik niet, maar dat is Gods genade die met mij is." Aan het slot van Galaten 2 wordt duidelijk wat hij daarmee bedoelt: "Christus leeft in mij." En het helpt mij om me dat zo letterlijk mogelijk voor te stellen. Waar mijn borst zit, daar klopt het gemoed van Jezus: Zijn dienstbaarheid, bewogenheid, gehoorzaamheid. Hij is hier, binnen in mij, om door mijn handen te zegenen, met mijn armen veiligheid te bieden, in mijn wil  in gehoorzaamheid te leven, op mijn gezicht de trekken van Zijn gelaat te tonen. Ik denk dat wij bij gehoorzaamheid en heiliging vaak veel te geďsoleerd aan de Heilige Geest denken. Een soort onzichtbare kracht die mij helpt om goed mijn best te doen. Maar de Geest wil mij niet tot gehoorzaamheid brengen, maar tot Christus om vanuit Hém mij te laten groeien in gehoorzaamheid. En Christus is de mens geworden God. Iemand met een gezicht, een leven, een verhaal. Zo weinig beelden ik heb bij de Geest, zo talloos zijn de beelden als ik aan Christus denk. Gemeenschap met Hem krijgt dan ook echt een persoonlijke, relationele kleur.
 
Dia

Niet ik leef, maar Christus leeft in mij. Het klinkt haast mystiek, alsof het vergankelijke mensje dat ik ben, zou kunnen samensmelten met de eeuwige God. Nee, die innige eenheid van Christus en mij is niet een kwestie van versmelting, maar van geloof. De kracht van Gods genade zal ik alleen gaan ervaren wanneer ik me in geloof ga richten op de objectieve werkelijkheid dat Christus in mij is. Dat is dus wat anders dan of ik Hem ook voel. Het gaat om een feitelijke realiteit, los van wat ik daarbij wel of niet voel. Ik heb daar zelf een plaatje bij dat het kruis geplant is in het centrum van mijn lichaam, mijn borst. Want de Christus die in mij is, is allereerst de gekruisigde. Als ik me concentreer op Christus in mij, dan geeft dat allereerst de ontspanning dat ik frustratie om mijn eigen machteloosheid mag loslaten. De gebrekkigheid van al mijn eigen inspanning bij het kruis mag brengen. En vanuit deze genade van het kruis stuurt Jezus me dan niet terug naar mezelf met de opdracht het maar weer opnieuw te gaan proberen om mijn best te doen, maar houdt Hij mij dicht bij Hem, niet alleen in Zijn dood, maar nu ook in Zijn opstanding. Met dezelfde kracht waarmee Hij terugkwam uit de dood wil Hij nu het nieuwe leven in mij geboren laten worden.
De vraag is: geloof ik dat? Durf ik daarop te vertrouwen? Ga ik me daar vol verwachting op richten? Concreet door heel dicht bij Hem te gaan leven. Niet door van alles te gaan doen vóór Hem, maar veel tijd door te brengen mét Hem. Opgenomen in de sfeer van Gods aanwezigheid valt gaandeweg steeds meer de glans van Gods heerlijkheid over mijn leven, doordat het beeld van Jezus langzaam maar zeker in mij tevoorschijn komt. Net als een dia die in een andere dia tevoorschijn komt, en steeds meer het beeld gaat bepalen.

Fietsstoeltje
Nu is dat natuurlijk niet een soort kunstje. Een of ander magisch effect dat, als ik mij maar bewust ben van Christus in mij, ik de strijd voorbij ben en de gehoorzaamheid dan automatisch uit mij vloeit. Het is meer dat er een soort samenwerking ontstaat. Ik weet dat dit woord beladen is. Toch bedoel ik niet dat God en ik allebei een duit in het zakje doen voor mijn behoud. Nee, ik heb het over hoe God zelf mij prikkelt om als een echte discipel in beweging te komen, zodat ik net als Paulus kan zeggen: ik ben Gods medewerker. Dat is dus niet allereerst gaan draven voor God, maar die gemeenschap met Christus. Dáárin werk ik samen met Hem. Petrus noemt het 'deelgenoot worden aan de goddelijke natuur'. Bij deelgenoot mag je denken aan een compagnon. Iemand met wie je samenwerkt. En de goddelijke natuur is de werkelijkheid van het nieuwe leven in Christus. Dus niet passief, en ook niet op eigen houtje actief, maar compagnon in de nieuwe werkelijkheid van God. En mijn aandeel in de samenwerking is dan elke keer maar weer die werkelijkheid binnenstappen. Door stil te staan bij Gods aanwezigheid in mij. Door in mijn bidden me daarop te concentreren. Door Zijn tegenwoordigheid te zoeken en te proeven in lofprijzing en aanbidding. Door op Christus in mij mijn vertrouwen en verwachting te richten en Hem bij voorbaat te danken voor het waarmaken van Zijn beloften. Door me met die talloze beloftewoorden van de Bijbel ook vol te zuigen (ik zet ze op een kaartje en stamp ze in mijn hoofd) en me erover te verwonderen. Door dagelijks te bidden om vervulling met de Geest van Christus. Zo gaat Gods aanwezigheid in mij bonzen, gloeien, trillen, stralen, … hoe moet ik het zeggen? En als dan de verleiding komt, de strijd tegen de zonde, dan storm ik niet met gespannen kaken en gebalde vuisten op de vijand af, maar dan richt ik me op Christus in mij. Dan stel ik me dat weer zo letterlijk mogelijk voor: Hij in mij. Dan roep ik Zijn naam aan: Jezus. En dan spuit Hij Zijn kracht in mijn wil, zodat ik de verleiding weersta. Zoals een klein kind in een fietsstoeltje aan het stuur. In het begin wil hij mamma's hand wegduwen en zelf sturen, zonder door te hebben dat hijzelf aan dat stuur hangt. Uiteindelijk leert hij zijn kleine handjes op die van mamma te leggen, als een 'compagnon': samen sturen.

Gemeente
Naarmate we zó, op déze manier, leren gehoorzamen, gaan we steeds meer die transparante mens worden door wie heen de gestalte van Jezus zichtbaar wordt. Elke keer dat we vanuit Christus in ons de goede keus maken, een overwinninkje behalen, zal Zijn identiteit in ons zich meer gaan vastzetten. We worden er andere mensen van. Echt discipelen.
Ligt in deze metamorfose van ménsen niet een gemeenteopbouwkracht? Door de genade van Gods aanvaarding gaan we het aandurven om onze kwetsbaarheid te tonen. Wat heilzaam zal dat zijn voor het gemeenteleven waar zo vaak trots of angst of de strijd om het gelijk en het recht de sfeer bepaalt. Door de genade brokkelt de oude mens meer en meer af. Naarmate ik mij op Christus richt, zal mijn geest de mildheid en de moed en de vrijheid van Christus ontvangen. Dan zal mijn wil de gehoorzaamheid van Christus in zich opnemen en zal mijn denken worden vervangen door het denken van Christus. Dan zal ik naar mensen kijken met de ogen van Christus en het zal zijn uitwerking op mijn omgeving hebben. Als een kring in het water zal persoonlijk discipelschap met steeds bredere kringen zich uitbreiden in de gemeente. Dat kan niet anders, want waar in Gods tegenwoordigheid wordt geleefd, komt ongekende kracht vrij. Genadekracht.

Bijbelleessuggestie:
Galaten 2:15-21: Niet de kracht van de wet(sgehoorzaamheid) maar van de genade: Christus in mij.
2 Petrus 1:3-11: Compagnon worden in de werkelijkheid van God brengt een kettingreactie op gang die de eindeloze keten van het kwaad doorbreekt.

Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Waarop lijkt in uw beleving Gods genade meer: op een leunstoel of op een krachtcentrale?
2. In hoeverre staat in uw kijk op het werk van de Heilige Geest Christus centraal, of zijn dat in uw geloofspraktijk toch gauw twee 'losse' verhalen?
3. 'Christus in mij', is dat voor u theorie of doorleefde werkelijkheid?

Groei 2002-2


 


Auteur : Drs. Philip Troost

Drs. Philip Troost (1959) werkt als studentenpastor aan een HBO-instelling, als docent persoonsvorming aan een opleiding Godsdienst Pastoraal werk en als psychotherapeut in een eigen praktijk. In al deze werkzaamheden is hij steeds bezig met de verbinding tussen geloof en ervaring. Ook schreef hij enkele boeken waarin hij steeds de menselijke ervaringswerkelijkheid volwaardig laat meedoen in het contact met God:Open lijnen (6e druk 2007); Christus ontvangen (2006) en Spiritualiteit van ontvankelijkheid (2008). 

 


Maar de Geest wil mij niet tot gehoorzaamheid brengen, maar tot Christus om vanuit Hém mij te laten groeien in gehoorzaamheid.

De innige eenheid van Christus en mij is niet een kwestie van versmelting, maar van geloof.

Als een kring in het water zal persoonlijk discipelschap met steeds beredere kringen zich uitbreiden in de gemeente.


De informatie op deze pagina is afkomstig uit het tijdschrift "Groei".
U kunt deze informatie online vinden op http://www.groei.org
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Stichting Proclama
Postbus 271
3940 AG Doorn
Telefoon 0343 - 449 419
Fax 0343 - 449 418
Email : redactie@groei.org

Bezoekadres: "Het Berghuys"
Bergweg 1
3941 RA Doorn
(alleen na afspraak)